Vriendschap

Elke ouder of verzorger komt er mee in aanraking: de vriendschappen van je kind. Vriendschappen zijn voor elk kind belangrijk. Je leert hoe je met elkaar om moet gaan. Je kind leert veel over zichzelf door met vrienden om te gaan. Vrienden hebben is ook goed voor het zelfvertrouwen en het geeft steun.

Het valt mij steeds vaker op dat de ouders of verzorgers van nu hun kind steeds meer willen sturen in de keuze van hun vriendschappen. Een stukje begeleiding is in deze natuurlijk prima, maar je moet er als ouder of verzorger voor waken dat je niet jouw persoonlijke keus qua vriendschappen oplegt aan je kind. Ook ik ben destijds in situaties gekomen waarbij een van mijn eigen kinderen met een kindje wilde spelen wat in mijn ogen nou niet echt een “leuk” vriendinnetje voor haar was! Toch heb ik als moeder altijd bewust de keuze gemaakt de vriendschappen van mijn eigen kinderen niet te sturen of mee uit te kiezen.

Vriendschap is fijn en komt ten goede aan een positief zelfbeeld. Logisch dat wij dit wensen voor ons kind. Wij willen allemaal het leukste en gezelligste kind, die genoeg vriendjes en vriendinnetjes heeft en waar iedereen graag op een kinderfeestje komt of komt spelen. Groot groeien doe je ook met vriendjes en vriendinnetjes samen.

Ik schrijf deze blog over dit onderwerp om te laten zien dat vriendschap niet te sturen is en zeker niet af te dwingen is. Lieve ouders en verzorgers, het begeleiden van jouw eigen kind in vriendschappen is iets anders dan het mee kiezen in vriendschappen. Hoe lastig het ook is, laat jouw kind dit zelf ontdekken. Als je als kind goed leert hoe dit werkt, komt dit ten goede voor de rest van zijn of haar leven!

De definitie van vriendschap

“Vriendschap is een nauwe (over het algemeen niet-seksuele) relatie of verhouding tussen twee of meerdere mensen waarbij het geslacht geen rol speelt. Een vriendschap is dus mogelijk tussen man en vrouw, maar ook tussen twee mannen of twee vrouwen. Het belangrijkste waarop een goede vriendschap gebouwd is, is vertrouwen en onvoorwaardelijkheid. Iemand met wie men vriendschap heeft noemt men een ‘vriend’ of ‘vriendin’. Synoniemen zijn ‘kameraad’, ‘kornuit’, ‘makker’, ‘maat’, ‘gabber’, ‘slapie’, ‘mattie’ of ‘bro’ (afgeleide van brother, oftewel broeder).

Vriendschappen worden gesloten. Met woorden, zoals kinderen dat doen (‘zullen we vriendjes worden?’), of zonder. Vrienden helpen elkaar en aanvaarden meer van elkaar dan andere relaties. Ook dat wat men als vrienden of vriendinnen voor elkaar doet wordt vriendschap genoemd. Bij een belangeloze vriendschap kijkt de één naar wat de ander nodig heeft en plaatst hij zijn eigen belangen/verlangens op de achtergrond. (bron wikipedia)”

Een beste vriend is dus niet af te dwingen. Niet ieder kind beleeft vriendschap hetzelfde. Waar het ene kind voortdurend van vriendjes of vriendinnetjes wisselt, kan het andere kind maar één beste vriend of twee hartsvriendinnen hebben. Als ouder of verzorger is het goed om het kind daarin te steunen en het te stimuleren om vriendschappen aan te gaan. Maar vriendschap laat zich niet dwingen, bij niemand niet! Als je kind nog jong is en met kinderen speelt die groter zijn en onstuimiger, is het natuurlijk goed om een oogje in het zeil te houden. Probeer van de andere kant ook niet te voorzichtig te zijn. Kinderen leren namelijk veel en snel, door verschillende vriendschappen leert je kind te delen, te incasseren, ruzie te maken, zich aan te passen en de eigen grenzen te verkennen. Vriendschap betekent samen spelen en saamhorigheid, maar net zo goed teleurstelling en tranen, hier krijgen kinderen niets van, het hoort bij vriendschappen en groot groeien.

Het doel van vriendschap is niet per se om zo veel mogelijk vriendjes of vriendinnetjes te hebben, maar juist om te ervaren dat het fijn is om te kunnen gaan met vrienden en te mogen kiezen. Je kunt daarom het kind als ouder of verzorger helpen om zich heen te kijken en het zelf te laten ervaren wie het nou echt aardig vindt en waarom. Vrienden zorgen ervoor dat kinderen erbij horen, een eigen plekje veroveren, zichzelf en hun eigen gevoelens beter leren kennen. Door vriendschap ontwikkelen kinderen ook hun sociale vaardigheden. Ze leren zich te verbinden met kinderen van dezelfde leeftijd en zich te verplaatsen in de ander.

Leeftijd heeft uiteraard invloed op hoe een kind vriendschap beleeft. Jonge kinderen krijgen een duidelijke voorkeur en weten precies met wie ze graag zouden willen spelen. De basis van de vriendschap is dat het kind iemand aardig vindt. In de jaren erna krijgt vriendschap langzamerhand     meer inhoud. Voor kinderen uit groep 6,7 en 8 betekent vriendschap vaak al heel wat meer: een vriend(in) is iemand die je iets kunt toevertrouwen, die je begrijpt en die altijd voor je opkomt. Kort gezegd, kinderen die goed in staat zijn met elkaar te communiceren, die interesses delen, goed samen kunnen spelen en conflicten samen kunnen vermijden of oplossen zullen waarschijnlijk wel vrienden worden. Maar bij het ouder worden gaan andere zaken een belangrijkere rol spelen en lopen vele vriendschappen spaak.

Laten wij ervoor waken dat het begeleiden van de vriendschappen van onze kinderen niet teveel gebeurt vanuit onze persoonlijke keus als ouder of verzorger. Dat wij onze kinderen met onze eigen waarden en normen opvoeden is heel iets anders.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

wat is normaal nanny bemiddeling

Wat is ‘normaal’?

 

Een van de meest gestelde vragen aan Google is:‘How to be normal?‘ Normaal zijn is iets wat iedereen wil. Normaal zijn betekent vaak geaccepteerd worden, erbij horen, deel uitmaken van het geheel, geen buitenstaander zijn. Dit wensen alle ouders voor hun kinderen.

 

In mijn zoektocht naar hoe we dat het beste kunnen bereiken, vind ik eindeloos veel websites die tips en adviezen aanreiken om zo normaal mogelijk te zijn; hoe je je het beste kunt aanpassen aan je omgeving, hoe je het beste je sombere stemming en anders-zijn kunt verbergen, hoe je het beste mengt met de mensen om je heen. Bij veel van die adviezen wordt ervan uitgegaan dat er een vaststaande betekenis is voor ‘normaal’ en ‘abnormaal’ en waarbij geldt ‘hoe normaler, hoe beter’. Maar wat is dat eigenlijk precies, normaal zijn?

 

Deze blog is voor mij best een uitdaging om te schrijven. Dit komt omdat ik in mijn persoonlijke kring zie hoe lastig het is als een kind ‘anders’ is dan een ‘normaal‘ kind. Tijdens een eerste kennismaking met ouders hoor ik gelukkig vaak hele mooie beschrijvingen van hun kind en dat is altijd fijn. Voor ons is dit uiteraard een goede basis om op zoek te kunnen gaan naar een geschikte nanny.

 

Vaak valt in deze gesprekken het woord ‘Normaal’. Iedereen wil normaal zijn. Het is iets wat de meeste mensen vinden dat ze zijn. En elke ouder wil een gezond, gelukkig en normaal kind. Maar wat is normaal zijn dan eigenlijk? En waarom moeten mensen met bijvoorbeeld autisme behandeld worden om ook ‘normaal’ te worden? Of waarom willen ze zelf vaak ook gewoon normaal zijn? Meestal is het antwoord: omdat de omgeving dat van hen vraagt.

 

Mensen met autisme worden vaak niet goed begrepen. Dat is moeilijk voor ze, omdat zij niet weten waarom ze niet worden begrepen. Het leidt er daardoor vaak toe dat ze nog meer van slag raken. Mensen die aan autisme lijden hebben over het algemeen behoefte aan een duidelijke en heldere structuur en hebben snel last van prikkels. Ze denken vaak abstract en rechtlijnig en willen graag het overzicht houden. Zo houden ze greep op hun leven.

 

“Gábor Máté, een Canadese wetenschapper en arts van Hongaarse komaf, gespecialiseerd in neurologie, psychiatrie en verslaving, is van mening dat het idee van normaal zijn een mythe is. In onze samenleving hebben we vaak het idee dat aan de ene kant van het spectrum normaal staat en helemaal aan de andere kant de mensen met een afwijking, zoals autisme, depressie, verslaving, angsten en fobieën of een andere stoornis of ziekte.

Een lijn met alleen deze twee uitersten is een illusie volgens Máté. Als verslavingsarts ziet hij eerder een continuüm waar we allemaal deel van uitmaken. Iedereen bezit in meer of mindere mate ‘abnormaal’ gedrag, minder gangbare gevoelens, een ander soort denken. De een heeft meer angstige gedachten, de ander vindt het lastig zijn woede in toom te houden. Sommigen zijn vatbaarder voor een depressie, anderen voelen zich vaak alleen. We zijn allemaal mens met onze eigen kwetsbaarheid en onze eigen gradaties van ‘crazyness’. Het lijkt alsof die niet normaal is, maar ‘normaal’ bestaat niet.

 

Het lijkt er dus op dat ‘normaal’ en ‘abnormaal’ relatieve termen zijn die we automatisch gebruiken om onszelf en mensen om ons heen te classificeren. We beseffen vaak niet dat we allemaal in meer of mindere mate anders zijn en dat, als je goed kijkt, niemand aan de norm van ‘normaal zijn’ voldoet. Het kan aan de buitenkant wel zo lijken, maar als je beter kijkt, zie je bij iedereen een unieke afwijking. Blijkbaar is dat normaal!

 

Ouders van kinderen die ‘speciaal’ zijn hebben vaak een jarenlange strijd met de wereld om hen heen. Iedere ouder wil zijn kind beschermen en zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het kind als ’normaal’ gezien wordt.

Maar hoe fijn is het eigenlijk om te weten dat wij in feite allemaal hetzelfde zijn: we hebben allemaal rood bloed en komen allemaal uit de buik van onze moeder. En zoals je hierboven kunt lezen, zijn we met onze unieke afwijkingen allemaal normaal! Omarm dus ook alle kinderen die wellicht ‘anders zijn‘ dan wat men ‘normaal’ vindt.

Wij van De Nanny Bemiddeling vinden elk kind mooi, puur zoals het is, en we staan ervoor dat elk kind groot mag en kan groeien in zijn of haar veilige omgeving en op het tempo dat bij het kind past.

Trots ben ik op mijn neefje Tristan die door zijn autisme elke dag weer de strijd in onze samenleving moet leveren met de term ‘Normaal zijn’. Dankzij de juiste hulp krijgt zijn bewogen leven langzaam de juiste vorm.

 

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

afscheid en rouw

Afscheid en rouw

“Afscheid nemen bestaat niet”, zingt een bekende Nederlandse zanger in een van zijn liedjes.

Helaas komen wij er allemaal een keer mee in aanraking: het afscheid moeten nemen van iets of iemand. En zo ook onze kinderen….. Hoe klein ze ook zijn, hiertegen kunnen wij ze als ouders en/of begeleiders niet 100% beschermen.

In deze blog wil ik bij dit onderwerp stilstaan, omdat ik er recentelijk zelf weer mee te maken had en dit zette me aan het denken.

Bij kinderen en jongeren denk ik aan spelen, leven, plezier maken, leren en groot groeien in een veilige omgeving. Maar bij het leven hoort ook verdriet, verlies en afscheid. Nagenoeg iedereen krijgt hier wel eens mee te maken. Denk maar eens aan de volgende voorbeelden: de favoriete knuffel is verloren, een vriendjes verhuist en op een dag ligt de hamster dood in zijn kooitje. Het leven biedt dagelijks aanleiding om kinderen van jongs af aan vertrouwd te maken met verlies, verdriet, afscheid nemen en zelfs met de dood. Het klinkt misschien gek, maar als kinderen leren omgaan met “klein” verlies, hebben ze een voorsprong wanneer ze uiteindelijk met de dood te maken krijgen.

Hoe kun je als ouder of begeleider het kind nu het beste begeleiden bij het afscheid nemen? Zijn er afspraken over hoe iemand van iets of iemand afscheid dient te nemen? Wat is rouwen en hoort rouw altijd bij afscheid nemen? Deze vragen kom ik vaak tegen tijdens mijn werk. Het mooie en bijzondere van afscheid nemen is, dat iedereen dit vanuit zijn of haar eigen waarden en normen doet. Deze persoonlijke waarden en normen zijn het vertrouwde referentiekader waaruit vaak vanuit de eerste emotie gereageerd zal worden.

Tijdens het inlezen over dit onderwerp en het terug kijken in mijn eigen informatie die wij vanuit De Nanny Bemiddeling als documentatie gebruiken voor onze ouders en nanny’s, besefte ik weer dat verdriet, verlies en afscheid emoties zijn die bij het groot groeien van onze kinderen hoort. Het is een hele natuurlijke basis emotie die zich het beste kan ontwikkelen als een kind deze in een veilige en liefdevolle omgeving mag ontdekken.

 

Tips voor het omgaan met afscheid en rouwende kinderen

  • Vertel kinderen en jongeren zoveel mogelijk over de feiten en omstandigheden van het afscheid/overlijden. Ook als die omstandigheden dramatisch zijn. Ga ervan uit dat de fantasie van kinderen veel erger is dan de werkelijkheid.
  • Pas de wijze waarop je kinderen informeert aan de leeftijd en het begrippenkader van kinderen aan.
  • Betrek kinderen en jongeren zoveel mogelijk bij alles wat geregeld moet worden. Hun inbreng en wensen zijn belangrijk. Mogelijk kunnen ze ook taken op zich nemen waardoor ze zich nog meer betrokken voelen.
  • Ga met kinderen en jongeren afscheid nemen van de situatie en/of persoon. Ook als ze er tegenop zien. Vraag waar ze tegenop zien. Dwing nooit maar stimuleer wel.
  • Neem kinderen die beseffen waar het om gaat mee bij een condoleancebezoek aan de nabestaanden. Het is een verrijkende ontmoeting waar kinderen veel leren van verdriet, troosten en getroost worden.
  • Bedenk van te voren wat er aangepast of gedaan kan worden voor de aanwezige kinderen die afscheid nemen van iets of iemand. Mogelijk kunnen kinderen hierbij een taak krijgen. Voor kinderen is actief bezig zijn zeer belangrijk.
  • Wanneer je als volwassene zelf erg betrokken bent bij degene waarvan afscheid genomen wordt (je partner, kind, vader of moeder), zorg er dan voor dat er iemand in de afscheidsdienst aanwezig is die eventueel voor de kinderen kan zorgen als die het niet meer volhouden. Op die manier kun je zelf zowel lijfelijk als geestelijk aanwezig blijven.
  • Zorg dat de naam van de persoon waar afscheid van genomen is nog regelmatig genoemd wordt in huis. Stop dierbare spullen die aan hem of haar herinneren niet weg. ‘Dood ben je pas als je bent vergeten’, was een gevleugelde uitspraak van de inmiddels overleden cabaretier en schrijver Bram Vermeulen.
  • Geef aandacht aan het verdrietige en/of rouwende kind op het moment dat hij het nodig heeft. Breek een telefoongesprek af, zet de stofzuiger uit en ook die computer kan wel even wachten.
  • Vraag niet aan het kind om zijn gevoelens uit te stellen, te doen of ze er niet zijn of te veranderen. Vertel dat deze gevoelens er mogen zijn!
  • Let op signalen van kinderen. Ga ervan uit dat kinderen bezig zijn met het verlies en of afscheid, al laten ze dat niet altijd merken. Ga in op signalen of begin er zelf over. Vraag regelmatig hoe het gaat, ook al lijkt er geen aanleiding voor te zijn.
  • Wat je zegt is in het algemeen minder belangrijk dan hoe je het zegt en wat je doet. Dikwijls is 100% aanwezigheid op de momenten dat het nodig is al voldoende.
  • Besteed op bepaalde momenten expliciet aandacht aan het overlijden of afscheid. Bijvoorbeeld op Allerzielen en de verjaardag, sterfdag, vader-/moederdag van degene die overleden is. Bedenk een ritueel om samen op die dag de overledene te herdenken.
  • Zorg dat kinderen altijd bij je terecht kunnen, wat hun gedrag ook moge zijn. Soms zijn hun reacties veel heftiger dan je zou verwachten. Veroordeel het gedrag niet maar bied kinderen de veiligheid om hun verdriet ook op een andere manier te uiten.
  • Schrik niet van bizarre spelletjes die kinderen kunnen spelen met de dood als thema. Het is hun manier om grip proberen te krijgen op het verlies.
  • Verbied kinderen niet met anderen te praten over wat ze meemaken. Ook al gaat het over gezinszaken, het is belangrijk dat een kind zich ook buiten het gezin kan uiten.

 

Het afscheid door de dood is zeer heftig en definitief en dan blijven alleen de herinneringen over. Maar ook “klein” verdriet kan heftig zijn. Wat als iemand afscheid moet nemen van de vertrouwde Nanny of een vriendje wat gaat verhuizen? Besef dat de bovengenoemde tips ook bij dit soort afscheid toegepast kunnen worden. Hoe beter een kind begeleid wordt bij het afscheid nemen, hoe sneller hij alles een plekje zal kunnen geven. Besef dat ons “grote mensen” denken en handelen voor kinderen een ver-van-hun-bed show is. Val kinderen ook daarom nooit lastig met “grote mensen” zaken. Communiceer met een kind op kind niveau en in kindertaal, die eerlijk, vertrouwd en vooral veilig voor hem is. Voor ons allemaal staat het welbevinden van een kind tenslotte toch op nummer 1.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

tijd voor de kinderen nanny bemiddeling

Meer tijd met de kids doorbrengen?

Meer tijd met de kids?

 

De kinderen…. Ze zijn het belangrijkste in je leven en komen natuurlijk op de eerste plaats! Maar door een drukke baan, stapels wasgoed en een bomvolle agenda lukt het ons vaak niet om genoeg quality time met de kids door te brengen. De tijd vliegt zo snel voorbij, dat we soms niet eens stilstaan bij elke nieuwe mijlpaal van ons kind of gezin. We willen meer leuke dingen met ons gezin doen, maar waar halen we de tijd vandaan?

 

Onderzoek

Onderzoek toont aan dat ouders in de meeste westerse landen – waaronder Nederland – meer tijd met hun kinderen doorbrengen dan hun eigen ouders in de jaren zestig deden. Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteit van Californië (Irvine) in het blad Journal of Marriage and Family. Volgens het onderzoek, besteedden moeders in 1965 gemiddeld dagelijks 54 minuten aan de zorg voor de kinderen. In 2012 besteedden moeders bijna twee keer zoveel tijd aan de zorg voor hun nageslacht: 104 minuten per dag. De tijd die vaders met hun kinderen bezig zijn, nam nog veel sterker toe: van 16 minuten per dag (in 1965) naar 59 minuten per dag (in 2012).

Wij doen het dus helemaal niet zo slecht! Toch vinden de meeste ouders dat de balans vinden tussen kwaliteit en kwantiteit elke keer weer een uitdaging is binnen het gezin. Er zijn zelfs ouders die bang zijn dat hun kind zich minder goed ontwikkelt door onvoldoende quality time.

 

Kwaliteit

Pedagoog Krista Okma benadrukt dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Volgens haar kun je veel beter een half uur per dag écht alleen maar met je kind bezig zijn – spelen, lezen, etc. – dan urenlang half met ‘m bezig te zijn. Half wil zeggen: in dezelfde kamer zijn, terwijl jij mailt, appt of stofzuigt en je kind een film kijkt. Dat is niet echt aandacht geven. De hele tijd met je kind bezig zijn is simpelweg niet mogelijk, aldus de pedagoog. Volgens haar denken veel ouders dat hoe meer tijd je doorbrengt met je kind, hoe beter, maar dat is absoluut niet waar. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat de hoeveelheid tijd die ouders doorbrengen met hun kind tot 11 jaar, geen invloed heeft op hoe kinderen zich ontwikkelen. Kinderen die voldoende aandacht van hun ouders krijgen, voelen zich geliefd en gewaardeerd. En dat zijn de basis ingrediënten voor een goede ontwikkeling van elk kind.

 

Ouality time

Quality time met de kinderen is dus belangrijk voor hun ontwikkeling. Daar zijn we het allemaal over eens. Maar in de praktijk lukt het ons niet altijd om die quality time daadwerkelijk te benutten. Voor veel ouders geldt dat zij veel ballen in de lucht moeten houden. Daarbij stroomt de agenda van de kinderen tegenwoordig net zo gemakkelijk vol als onze eigen agenda. Hoe creëren we dan toch voldoende quality time met het gezin?

 

Handige tips

Don’t worry, met deze handige tips houd jij zeeën van tijd over!

 

  1. Koop je boodschappen online

Geen lange wachtrijen, zoektochten door de winkel of irritante mede-shoppers. Online vind je snel alle producten en in no time heb je alles in huis. Maak een lijst van de boodschappen die je elke week haalt  en vul deze telkens aan met de boodschappen die je die week extra wilt kopen. Zo hoef je alleen die extra boodschappen toe te voegen en op te zoeken. Dat betekent weer meer tijd voor je gezin! Piece of cake!

 

  1. Leg je telefoon aan de kant

Onbewust checken we de hele dag  onze telefoon: What’sApp, Facebook, Instagram, nieuwssites en verschillende blogs. Weg die telefoon! We worden veel te snel afgeleid door internet en daar steken we echt heel veel tijd in. Tel alle momenten dat je op je telefoon zit maar eens bij elkaar op. In die tijd had je ook iets leuks kunnen doen met je kids! Ga samen een keer spontaan op pad, of plan van te voren leuke activiteiten die zowel thuis kunnen als ergens anders. En laat, als het even kan, die telefoon thuis!

 

  1. Plan je week in

Maak een weekplanning waarin je schrijft wat je die week gaat doen. Plan daarbij ook standaard meerdere vrije momenten in, die je invult met tijd voor je gezin. Zo kom je niet voor verrassingen te staan (‘Huh, is er morgen een ouderavond?’) en ga je voorbereid de nieuwe week in.

 

  1. Zorg voor weinig verplichtingen

Twee keer in de week voetbal plus een wedstrijd, een krakend schoon huis en elke dag een gezonde maaltijd op tafel… Je kunt de lat heel hoog leggen, maar waarom? Het nieuwe jaar is begonnen, dus start maar gelijk met dit goede voornemen: minder moet, meer mag! Een keer een gemakkelijke maaltijd? Prima! Beoefent je kind maar één keer in de week een sport? Helemaal niet erg. Kom uit die ‘moetmodus’ en hou meer tijd over!

 

Herkenbaar wat hierboven beschreven is? Waarschijnlijk wel! Misschien helpt deze blog een beetje…

Het creëren van een betere balans in het gezin kan uiteraard ook met  behulp van een nanny. Met een nanny van De Nanny Bemiddeling is bij u thuis de cirkel rond! Vanaf het oprichten van De Nanny Bemiddeling is dit onze slogan en nu, ruim 10 jaar later, klopt hij nog steeds. Een nanny betekent voor veel ouders een grote toegevoegde waarde. De nanny ontzorgt de ouders op meerdere vlakken en brengt in vele gezinnen de drie R’s weer in balans.

Meer tijd met je kids en het gezin doorbrengen is voor iedereen fijn. Ik wens dit elk kind en elke ouder toe!

 

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

jaloezie nannybemiddeling

Jaloezie

Jaloezie!

Veel ouders en nanny’s maken het wel eens mee: kinderen die jaloers zijn op elkaar. Bijna ieder kind laat wel eens wat jaloezie zien. Kinderen gooien hun jaloezie er uit, gaan mokken, zeuren of huilen. En dat roept vaak een negatieve reactie van ouders op. Hieronder heb ik beschreven hoe we jaloezie kunnen herkennen en hoe we er als opvoeders het beste mee om kunnen gaan.

 

Wat is jaloezie?

Is jaloezie een fijn gevoel of juist een onprettig gevoel?

En wat is jaloezie precies en wat kun je er tegen doen?

Jaloezie is een emotie die, net als blijdschap, angst, boosheid en verdriet, onlosmakelijk met ons mensen verbonden is. We worden met synoniemen als ijverzucht, rivaliteit, afgunst en angst om de oren geslagen, maar een eenzijdige definitie ontbreekt.

 

Gevoelens

Het beter willen doen dan de ander, het vechten om de eer, iemand iets misgunnen, het bang zijn om dierbaren te verliezen. Dit zijn allemaal gevoelens die met jaloezie te maken kunnen hebben, maar die zeker niet altijd samengaan.

 

Wanneer je beter wilt presteren dan een zus/broer of vriendin, wil dat nog niet zeggen dat je hem of haar een betere prestatie misgunt. En wanneer je zus bijvoorbeeld in een hoger hockey team speelt, wil dat nog niet zeggen dat jij het op haar team voorzien hebt.

 

Rationele en irrationele jaloezie

Om een betere definitie van jaloezie te geven, is het onderscheid tussen rationele en irrationele jaloezie van de Amerikaanse gedragstherapeut Albert Ellis erg bruikbaar.

 

Hierbij is rationele jaloezie het gevoel dat optreedt als er daadwerkelijk redenen zijn om jaloers te worden (bijvoorbeeld wanneer je partner vreemdgaat of een ander er met de credits van jouw werk vandoor gaat). Je hebt dus rationeel ‘normaal’ gezien alle reden om je teleurgesteld, spijtig of verdrietig te voelen.

 

Irrationele jaloeziegevoelens worden gevoed door onzekerheid en angst. Je denkt dat er iets gaat gebeuren, zonder dat daar directe aanleiding toe is. Hierbij krijgen onterechte gevoelens van woede, wantrouwen en waanzin de overhand.

 

Jaloezie als drijfveer

Jaloezie wordt vaak gezien als een slechte eigenschap, maar wie beter tussen de regels doorleest, weet dat jaloezie niet per se verkeerd hoeft te zijn. Jaloeziegevoelens zijn onvermijdelijk en horen nu eenmaal bij ons complexe gevoelsleven. Dat wil overigens niet zeggen dat er niets positiefs uit voort kan komen. Jaloezie prikkelt je om nog beter te doen door lering uit het verleden te trekken en verbeteringen in je leven aan te brengen.

 

Omgaan met jaloezie

Ouders hoeven zeker niet alles wat zij hun kinderen geven op een weegschaaltje te leggen. Het is dan ook goed om te kijken naar de gevoelens van jaloezie van het kind, te luisteren naar het kind en de gevoelens serieus te nemen. Laat het kind eerst vertellen wat hem of haar dwars zit voordat je het aanspreekt op het gedrag dat voortkomt uit jaloezie. Niet het jaloers zijn is verkeerd, maar het gedrag dat eruit voortvloeit, zoals zeuren, boos worden of af gaan pakken, is verkeerd. Door dit goed duidelijk te maken, help je je kind wijs te worden uit de eigen gevoelens en geef je het signaal dat de gevoelens van ‘jaloers zijn’ tot op zekere hoogte wel mogen.

Tips om beter met gevoelens van jaloezie om te gaan

Tip 1 Relativeer! Bedenk dat niemand de beste, leukste of knapste kan zijn en het kind dus ook niet. Maak aan je kind duidelijk dat het dat dus ook niet hoeft te verwachten van zichzelf, dat doet een ander ook niet.

Tip 2 Werk aan het zelfvertrouwen van het kind, want onzekerheid is de grootste ‘jaloezievoeder’. Geef aan dat het kind dan misschien niet de beste, leukste of knapste ter wereld is, hij of zij wel uniek is en kwaliteiten genoeg heeft om de moeite waard te zijn.

Tip 3 Vraag waarom het kind jaloers is. Gaat het om iets dat een ander heeft en hij of zij niet? Bekijk dan eens wat het is dat het kind zou willen en hoe hij of zij datgene zou kunnen bereiken. Wees wel realistisch in het stellen van doelen met je kind. Een mooie fiets of leuk bijbaantje moet lukken, maar topscoorder worden in het voetbalteam, terwijl het kind echt geen talent heeft, is misschien niet hetgeen je zou moeten nastreven. Het zou je kind waarschijnlijk alleen maar meer onzeker en jaloers maken.

Tip 4 Geef aan dat ieder kind zijn onzekerheden heeft. Hij of zij is misschien jaloers op een vriendje met een supermooie fiets, terwijl dat vriendje het hockey niveau van je kind benijdt.

Tip 5 Draai de rollen eens om. Hoe zou jouw kind behandeld willen worden als hij of zij degene was waar iemand jaloers op was? Geef aan dat je kind blij moet zijn voor de ander, en dat hij of zij niet moet laten merken dat het jaloers is. Help je kind hierbij.

Tip 6 Als je zelf gelukkig en zelfverzekerd bent, heb je ook geen reden om jaloers te zijn!

 

Signalen

Pijn in de buik, hoofdpijn en slapeloze nachten zijn signalen dat het kind ergens te veel mee bezig is. Laat jaloeziegevoelens vooral niet de overhand krijgen, roep ze een halt toe door erover te praten (wegdrukken werkt averechts!). Bewaak dit als ouder en nanny altijd voor een kind. Lukt het als ouder of nanny niet om het kind hierbij te helpen en te ondersteunen, denk dan eens aan professionele hulp.

Jaloezie is een negatieve aandachtstrekker en kost veel energie bij een kind. Hier goed mee om leren gaan is voor elk kind van groot belang.

Ik hoop met deze informatie wat meer basis mee te geven over jaloezie en daarbij vooral te laten weten dat dit gevoel serieus genomen dient te worden.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

verbinding

Verbinding

Verbind voor het kind!

Ik heb er lang over nagedacht of mijn blog wel over dit onderwerp zou moeten gaan. Het is namelijk een onderwerp wat toch vaak gemeden wordt, zowel door professionals als ouders en verzorgers. De titel van deze blog is wellicht een beetje misleidend. Deze blog gaat namelijk over kindermishandeling. Wij als organisatie hebben dit onderwerp elk jaar op ons nascholingsprogramma staan. 

Kindermishandeling

Sinds 2013 wordt elk jaar in november de Week tegen Kindermishandeling gehouden. Het doel van deze week is om professionals bewust te maken van het belang van een goede samenwerking om kindermishandeling te signaleren en effectief aan te pakken. Dit jaar wordt deze week van maandag 20 tot en met zondag 26 november gehouden. Het thema voor dit jaar is “Verbind voor het kind”. Iedere professional is namelijk een onmisbare schakel en kan vanuit zijn of haar expertise bijdragen aan een veiligere situatie. Zie de website voor meer informatie: www.weektegenkindermishandeling.nl

Kindermishandeling zou net zo’n bespreekbaar onderwerp moeten zijn binnen de kinderopvang als de bestrijding van taalachterstanden, speelgoedkeuze of de communicatie met ouders. Toch heeft men het meestal liever niet over dit onderwerp. We zijn vaak bang om ouders of verzorgers onterecht te beschuldigen. Veel van die angst komt voort uit onbekendheid, de eigen waarden en normen van een persoon en de taboe die er op dit onderwerp rust.

De cijfers liegen er niet om, dat zien we bijvoorbeeld in de TV commercial  “Het houd niet op, niet vanzelf.” Ieder jaar groeien in Nederland ruim 118.00 kinderen op in onveilige gezinssituaties….Dat is gemiddeld 1 kind per klas! Helaas krijgt slechts de helft van deze kinderen hulp.

Wat is kindermishandeling?

De officiële definitie van kindermishandeling is vastgelegd in de Jeugdwet:

“Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.” Het gaat dus om mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik. Maar ook om kinderen die getuigen zijn van gezinsgeweld, omdat ook dat negatieve gevolgen kan hebben voor kinderen. In de praktijk komen in een gezin waar sprake is van kindermishandeling vaak meerdere vormen tegelijk voor.

Wat zijn de gevolgen van kindermishandeling?

De gevolgen van kindermishandeling zijn groot. Zo heeft een mishandeld kind, naast al het emotionele leed, bijvoorbeeld meer kans op het ontwikkelen van een psychiatrische stoornis, depressie, angststoornissen, drugsgebruik en seksueel risicogedrag. Ook is er een verhoogd risico om later eigen kinderen te mishandelen. Het hangt af van de veerkracht van een kind en andere beschermende factoren zoals steun uit de omgeving, in hoeverre een kind direct of later als volwassene schade ondervindt.

Genoemde gevolgen zijn ook te vertalen in kosten voor de Nederlandse samenleving: naar schatting 1 miljard euro per jaar. Genoeg redenen dus om kindermishandeling te voorkomen of in een vroegtijdig stadium te stoppen.

Tijdens de scholingsbijeenkomsten met onze eigen gastouders staan wij altijd stil bij de definitie van kindermishandeling. Zoals je hierboven kunt lezen is het een definitie die is vastgelegd in de Jeugdwet. Het is erg om te bedenken dat iedereen die kinderen begeleid, wellicht in zijn of haar directe omgeving een kind heeft wat te maken krijgt of heeft met kindermishandeling. Ik breng dit onderwerp onder de aandacht omdat, zoals men kan nalezen op de website van de “Weektegenkindermishandeling“, het van groot belang is dat professionals deze informatie met elkaar delen. Kindermishandeling is een complex probleem en kun je als professional niet alleen oplossen. Daarom:”Verbind voor een kind”. Samen realiseren we de sterkste aanpak tegen kindermishandeling.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

boosheid nanny bemiddeling

Boosheid!

Vaak hoor ik ouders vertellen dat zij een kind hebben wat snel boos wordt. Ook nanny’s stellen met regelmaat de vraag; “hoe kan ik het beste omgaan met de boosheid van een kind?”

Iedereen herkent het vast wel: een driftbui in de supermarkt, zich niet willen aankleden, langs de kant zitten mokken in plaats van lekker meedoen. Soms word je er als ouder/begeleider moedeloos van. Als een kind emotioneel is, bijvoorbeeld erg boos of verdrietig, zul je als ouder/begeleider de neiging hebben om te vragen waarom het boos is, om zo in gesprek te gaan met het kind. Misschien heb je al ervaren dat wat je op zo’n moment zegt helemaal niet lijkt aan te komen bij je kind. De emoties van je kind moeten namelijk eerst tot rust komen. Tijdens de scholingsbijeenkomst, afgelopen september, hebben wij met onze nanny’s stilgestaan bij dit onderwerp. Hoe kun je het beste handelen als een kind boos is? Samen hebben wij alle punten doorgelopen en aan de hand van praktijk voorbeelden hebben we inzicht gekregen in het onderwerp boosheid bij een kind.

Emoties en het brein

Er is veel onderzoek naar de werking van het brein. Zoals de meeste mensen misschien wel weten, hebben de linker- en rechter hersenhelft allebei hun eigen functie:

  • Linkerbrein: logisch nadenken, ordenen, woordelijk.
  • Rechterbrein: emoties, herinneringen, beelden, non-verbale communicatie.

De emoties komen dus uit het rechterbrein. Dat is waarom jonge kinderen zo in het moment leven, primair reageren en nog geen verantwoordelijkheden en tijd kennen. Hun rechterbrein overheerst nog. Op het moment dat je kind ‘waarom’-vragen gaat stellen, weet je dat het linkerbrein meer van zich gaat laten horen.

 

Waarom je kind eerst gekalmeerd moet worden

Op het moment dat een kind erg emotioneel is, laat vooral het rechterbrein van zich horen. Dat betekent dat een kind letterlijk niet voor rede vatbaar is, want het kan pas een beroep doen op zijn linkerbrein, als het rechterbrein gesust is. Daarom heeft het weinig zin om te vragen waarom het kind boos of verdrietig is, want op dat moment weet het dit zelf vaak ook niet. Eerst kalmeren, daarna kun je in gesprek!

 

Boos zijn

Boos zijn is een hele gewone emotie die een ieder wel eens ervaart; het hoort gewoon bij het opgroeien. Alleen kan het ene kind hier gemakkelijker mee omgaan dan het andere kind. Sommige jonge kinderen worden er door overspoeld en kunnen erg schrikken van hun eigen boosheid. Het beste is om het kind zijn boosheid niet te ontzeggen, maar wel uit te leggen dat het uiten van boosheid niet te extreme vormen hoeft aan te nemen, dat boosheid niet geuit hoeft te worden met gillen, slaan of schoppen.

 

Wat NIET te doen bij boosheid van kinderen

Boosheid is een emotie die ontstaat wanneer iets anders loopt dan gedacht of gewild. Vaak speelt teleurstelling en gekwetstheid een rol. Boosheid kent vele gradaties: van ergernis, nijdig, kwaad, tot woedend en razernij. Doordat de bloeddruk oploopt, wordt de gezichtskleur vaak roder en de spieren spannen zich. Deze lichamelijke reacties vragen om een reactie en daar kan een kind op vele manieren mee omgaan. Boosheid op zich is alleen maar een gezonde emotie. Als boosheid op een even gezonde manier wordt geuit, met respect voor zichzelf en de ander, blijft een kind emotioneel evenwichtig.

 

Wat speelt een rol bij boosheid?

Het ene kind is van nature meer temperamentvol dan het andere kind. Dit betekent dat er een groot verschil kan zijn in het uiten van boosheid. De omgeving van het kind speelt eveneens een grote rol. In een evenwichtige omgeving waar boosheid mag zijn, is het meestal geen groot probleem. In een autoritaire- of juist een grenzeloze omgeving kunnen kinderen moeite hebben met hun boosheid om te gaan. Escalaties zijn dan eerder te verwachten.

 

Tips voor als je kind een emotionele uitbarsting heeft

Als het kind helemaal in zijn emoties zit, bijvoorbeeld huilt of schreeuwt, moet het dus eerst tot rust komen en ‘het rechterbrein gesust worden’. Daarna kun je overgaan op de inhoud (waarmee je het linkerbrein aanspreekt). Zo doe je dit:

  • Neem de gevoelens van het kind serieus. Ook al denk jij: waar gaat het over… Bedenk dat het voor een kind groot en echt is wat het voelt.
  • Laat het kind merken dat je het begrijpt: vertel dat je ziet hoe vervelend het kind zich voelt en snapt dat het allemaal niet gemakkelijk is voor hem.
  • Reageer non-verbaal: een aanraking, knuffel, begripvolle blik. Neem een kind bij je op schoot, wrijf over zijn rug. Wil het kind dit niet, dan zeg je dat het eerst even tot rust mag komen en dat jij in de buurt bent voor een knuffel.
  • Als het kind voldoende gekalmeerd is, kun je overgaan tot de inhoud en bespreken wat er aan de hand is. Laat een kind eerst vertellen en bespreek daarna hoe jullie het oplossen en hoe het kind een volgende keer kan reageren in een zelfde situatie.

Vertoont een kind ontoelaatbaar gedrag, zoals iemand pijn doen of iets kapot maken? Dan stop je eerst dit gedrag door het kind uit de situatie te halen, daarna kalmeer je het volgens bovenstaande stappen en ga je erover in gesprek.

Wil je meer lezen over hoe het brein van invloed is op de ontwikkeling van je kind? Lees dan eens het boek “Het hele brein, het hele kind”, van Daniel J. Siegel en Tina Payne Bryson. (www.bol.com)

 

Samengevat

De belangrijkste rol die je als ouder/begeleider speelt is het luisterend oor. Door het verhaal aan te horen, te troosten, goed te luisteren en het kind te helpen zijn verhaal te doen, wordt het kind geholpen om voor zichzelf duidelijk te krijgen wat er gebeurd is. Door het kind te helpen zijn gevoelens onder woorden te brengen, ontdekt hij vaak dat hij eigenlijk niet zozeer boos is, maar eerder verdrietig of teleurgesteld.

Er is veel te vinden over het onderwerp boosheid. Belangrijk is dus om het luisterend oor te zijn voor het kind en de boosheid toe te laten; het is een hele normale emotie. Ter ondersteuning van onze nanny’s hebben wij 3 sets, “Praat plaatjes” aangeschaft, om in gesprek te kunnen gaan met kinderen. De vragen zetten het kind aan het denken en geven zo een aanzet voor eens een ander gesprek vanuit een andere vorm en dan ook nog eens als een spelletje. Hoe leuk kan leren praten over jouw emoties en gevoelens zijn!
Heb jij feedback of tips over boosheid? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx- Sanner

pesten nannybemiddeling

Pesten!

Elk jaar in september is de Week van het Pesten. Veel mensen weten dit niet, of staan er niet bij stil. Wij als gezin weten hier, mede door eigen ervaringen, wel van en daarom schrijf ik deze blog.

 

Pesten is een onderwerp dat nog steeds in de taboe sfeer lijkt te zitten, terwijl de cijfers er niet om liegen. Binnen De Nanny Bemiddeling wordt er tijdens de scholingsbijeenkomsten met onze nanny’s vaak uitgebreid stilgestaan bij dit onderwerp. We hebben immers hetzelfde doel: de kinderen die wij opvang bieden zo goed mogelijk begeleiden. Door onze alertheid en betrokkenheid kunnen wij problemen, zoals pesten, op tijd signaleren en aanpakken.

 

Het is een veel voorkomende fout van volwassenen om te zeggen: “kinderen moeten het eerst zelf onderling oplossen”. Hierdoor ben je negen van de tien keer te laat om in te grijpen en is het leed al geschied. Voor ouders is het altijd lastig, want als jouw kind wordt gepest, dan heb jij als ouder een zorg, maar ook als jouw kind de pester is, dan is die zorg er net zo goed. Tenslotte wil niemand (letterlijk en figuurlijk) in een pestsituatie komen met zijn of haar kind!

pesten

Pesten of plagen?

“Stel je niet aan, het is maar plagen!”, wordt in eerste instantie vaak door ouders of begeleiders gezegd. Wanneer is iets plagen en wanneer is iets pesten? Stelt het gepeste kind zich misschien aan? Als je geplaagd wordt, kun je toch gewoon altijd terugplagen, is de stelregel.

Van plagen ontstaan geen problemen, plagen is niet gemeen, het is voor alle partijen grappig. Om plagen kun je lachen en het richt zich over het algemeen niet steeds op dezelfde persoon. Plagen is ook meestal één tegen één en is vrij gemakkelijk te stoppen.

Het is uiteraard niet zo dat je met plagen niet op hoeft te letten. Als dezelfde persoon lang of veel geplaagd wordt, dan kan het zijn dat de ontvanger het niet meer leuk vindt. Dan is het plagen overgegaan in pesten. Dit is als ouder of begeleider altijd een lastig te bewaken scheidingslijn. Meestal gebeuren dit soort zaken buiten het gezichtsveld van ouders en leraren. Daardoor is het heel lastig te controleren. Als er wel een volwassene bij betrokken is,  dan kan deze persoon vaak heel goed de nuance aanbrengen en zorgen dat het plagen op tijd stopt en niet doorslaat naar pesten.

 

Bij pesten is de sfeer negatief en het is vaak meerdere kinderen tegen één. Er is sprake van een machtsverschil: het slachtoffer is niet in staat zich tegen de sterkere partij (pestkop met meelopers) te verweren. Pesten is altijd gemeen bedoeld en het kan niet in je eentje worden gestopt. Het kan concreet zijn door iemand fysiek pijn te doen, eigendommen stuk te maken of te verstoppen. Het kan ook subtieler zijn door roddelen, buitensluiten, uitlachen of leugens te vertellen. De zender kan het nog zo leuk bedoelen, maar als de ontvanger het niet leuk vindt en het regelmatig gebeurt, dan is het pesten. Uiteindelijk geldt: de ontvanger bepaalt of het plagen of pesten is.

 

Pesten zorgt ervoor dat je je helemaal alleen voelt. Zie deze video om te zien hoe pesten voelt.

 

De meelopers

Ik heb weleens van een begeleider op school het volgende gehoord en dat heeft op mij veel indruk gemaakt: pesten is net zoals een auto; als er geen benzine meer in zit, rijdt de auto niet meer! Met andere woorden: als de pester geen volgers (assistenten) meer heeft dan stopt het pesten vanzelf. Het blijkt namelijk vaak zo dat een pester niets is zonder zijn assistent(en). Iemand in de buurt waarop hij kan vertrouwen en die hem aanmoedigt in zijn gedrag. Deze meeloper heeft niet in de gaten dat hij bijdraagt aan het pestproces. Daardoor voelt de pester zich gesteund en mogelijk zelfs stoer of leider van een “groep”. Door de omstanders en volgers aan te spreken en hen te leren dat zij juist een belangrijke rol hebben in het stoppen van het pesten, kan dit pestproces snel omgebogen worden. Deze theorie heb ik als moeder herhaaldelijk aan mijn kinderen verteld en het heeft mij geholpen om uiteindelijk begrip te hebben voor het gedrag van zowel het slachtoffer als de pester.

 

Eén ding weet ik namelijk zeker: als je gepest wordt dan is dit NOOIT jouw schuld!

 

Meidenvenijn

Het onderwerp “Meidenvenijn” breng ik hier ook graag onder de aandacht! Meidenvenijn is het subtiele spel van aantrekken en afstoten in relaties. Meiden zijn er sterren in: honingzoet gedrag en steken onder water. Het resultaat? Bazige kliekjes, vaak onder leiding van een zogenaamde “Queen Bee” (bijenkoningin), en meisjes die eenzaam onderaan de pikorde bungelen. Dit gedrag lijkt onschuldig, maar het brengt wel degelijk schade toe. Voorkomen en aanpakken dus! Het boek van mevr. A. Visser; Meidenvenijn in het basisonderwijs, via www.bol.com te bestellen, gaat helemaal over deze vorm van pesten!

Helaas heb ik als moeder van twee dochters veel te maken gehad met meidenvenijn in hun basisschoolperiode. Deze vorm van pesten is lastig te herkennen en blijkt onder meisjes in het basisonderwijs veel voor te komen. Leerkrachten hebben het niet altijd in de gaten. Het gebeurt ook vaak buiten hun gezichtsveld.

Hoe de leerkracht reageert op meidenvenijn hangt samen met de eigen opvattingen. Zie je het als typisch meidengedrag? Dan ben je minder geneigd om in te grijpen dan een leerkracht die zelf ooit de angel van de koningin heeft ervaren. Als je niets doet, laat je meidenvenijn onbedoeld voortbestaan.

Meidenvenijn moet altijd serieus genomen worden. Ook als je het als leerkracht of pedagogisch medewerker eigenlijk maar aanstellerij vindt. De belangrijkste tip voor elke beroepskracht is: laat merken dat je de dames doorhebt. Reageer! Want juist van een pedagogisch medewerker of leerkracht mag een professionele en alerte houding verwacht worden. Kinderen die lijden onder afwijzing van klasgenoten, zijn extra kwetsbaar voor afwijzing door een volwassene. Van een volwassene verwachten ze hulp!

De Week van het Pesten is van 18 tot 22 september 2017.

Ik zeg: Stop Pesten NU

Heb jij feedback of tips over pesten? Laat het in een reactie hieronder gerust weten of neem contact op!

Wendy Bakx- Sanner

vakantiestress nannybemiddeling

Vakantiestress

Iedereen herkent het wel: met het naderen van de zomervakantie voor het onderwijs, ofwel  de “grote vakantie”, is het mega druk in jouw gezin! Alles lijkt op het allerlaatst nog te moeten: een verjaardag van de juf of meester op school, kinderfeestjes van kindjes die in de zomervakantie jarig zijn, sportdag of een dagje uit met school. En dan zijn er ook nog de sportclubs die een afsluiting van het seizoen plannen, een laatste teamdag of toch nog graag wat langer door trainen!? Pfffff, voor mij is dit altijd een behoorlijk stressvolle periode, waarin er “ook gewoon gewerkt” dient te worden.  Elk jaar weer streef ik ernaar niet te veel ballen in de lucht te moeten houden, maar helaas ervaar ik steeds weer dat zij voor mij in de lucht gegooid worden.

 

Moe

De kinderen zijn aan het eind van het schooljaar vaak moe en hebben een kort lontje.  Logisch eigenlijk: door al die drukte en het vaak al andere ritme dan normaal, is het helemaal te begrijpen dat zij, net als wij ouders, het er echt mee gehad hebben. Ik merk dat veel ouders en kinderen hier last van hebben en dan moeten wij “tot overmaat van ramp” allemaal ook nog naar een vakantieadres vertrekken of thuis vakantie gaan vieren…

 

Herkenning

Je herkent het wel: vakantiestress.  Op je werk alles nog afmaken, wassen draaien, koffers pakken, boodschappen doen (waarom koop ik altijd het hele Kruidvat leeg, zo vlak voor de vakantie?), koelkast leegmaken, je huis aan kant, zorgen dat er iemand is voor de huisdieren en planten, zorgen dat je op tijd op het vliegveld bent enzovoorts. Wat een gestress, maar we weten waar we het voor doen. Bij het woord vakantie zie je bij de meeste mensen een glimlach op hun gezicht komen. Of je nu weggaat of thuis blijft, even helemaal niets… heerlijk!

vakantiestress

 

Waarom zes weken?

Voor kindjes is het gek genoeg niet altijd fijn om een tijdje helemaal niets te hoeven doen. Vaak zie en hoor ik dat kindjes het juist wel fijn vinden om in een vast ritme te zitten. Stiekem ben ik een moeder die zelf ook graag in een vast ritme zit. Zouden meer ouders er zo over denken? Want hoe richt ik dan mijn dag in tijdens de vakantieweken? Wat ga ik dan doen? Zes weken “helemaal niets” is wel heel erg lang. En zo lang weg van je werk lukt simpelweg ook niet bij de meeste banen. Geen structuur in die weken en zes weken op zichzelf aangewezen zijn, is voor velen en zeker voor kindjes toch een hele uitdaging. Wat moet je ineens met zoveel vrije tijd? Dat is pas vakantiestress!

 

Alles op een rijtje

Als ik alles zo op een rijtje zet, lijkt het bijna alsof vakantie alleen maar meer stress en spanning geeft en van te voren al gedoemd is om te mislukken! Gelukkig is dat niet zo en is een beetje vakantiestress normaal en het hoort er nou eenmaal bij. Met een positieve en flexibele instelling kom je al een heel eind. Ik heb ooit in een interview in het blad Kek Mama gelezen dat vakantie juist heel goed is, met name voor de persoonlijke ontwikkeling en groei van kinderen. Van nanny’s hoor ik vaak ook terug dat hun opvangkindjes erg gegroeid zijn tijdens de vakantie. Zelf zie ik ook hoe onze meiden altijd weer een groeispurt lijken te maken in deze periode. Na een heel schooljaar hard gewerkt te hebben en vaak voor veel kindjes ook sportief bezig geweest te zijn, is de vakantie toch altijd weer een periode waarin er even bijgetankt kan worden op alle fronten. Maar feit blijft dat het van mij persoonlijk wel van zes naar vier weken teruggebracht mag worden!

 

Graag deel ik een paar tips om in ieder geval de pre-vakantiestress binnen de perken te houden:

  • Hou er in je agenda rekening mee dat de schoolvakantie eraan komt. Dit wil zeggen: niet alleen de vakantietijd blokkeren, maar ook vooraf tijd reserveren in je agenda om dingen op je werk af te ronden en over te dragen.
  • Reserveer als je op vakantie gaat in de week dat je terugkomt ook wat extra tijd om je mailbox op te schonen en om er weer een beetje in te komen.
  • Zorg dat je de dag voor je vertrekt al helemaal vrij bent. Op die dag kun je je laatste was draaien, je laatste boodschap doen en rustig inpakken.
  • Bedenk van tevoren wat je verwachtingen zijn en bespreek dit met je gezinsleden. Zo voorkom je vervelende verrassingen tijdens de vakantie zelf.

 

Ik wens iedereen een fijne vakantie toe met even helemaal niets!

 

Heb jij feedback of tips voor de vakantiestress? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx- Sanner

vakantiestress wendy bakx

www.nannybemiddeling.nl

pre-puberteit wendy bakx

Pre-puberteit

Vanaf nu mag je met regelmaat een blog van mij verwachten over het reilen en zeilen bij De Nanny Bemiddeling. In deze blog ga ik in op de pre-puberteit. Wij organiseren vier keer per jaar een scholingsbijeenkomst voor al onze nanny’s. Voor mij als eigenaar zijn er veel aandachtspunten en ik vind het heel leuk om mijzelf te verdiepen in vak gerelateerde zaken. Ik krijg energie van het overdragen van kennis. Tijdens de bijeenkomsten probeer ik de nanny’s dan ook zo veel mogelijk zelf te trainen en/of te coachen.

 

Hoe zit het eigenlijk?

Afgelopen maand juni 2017 hebben wij stil gestaan bij de ‘pre-puberteit’, dit op verzoek van een aantal nanny’s. Om dit onderwerp met elkaar te gaan bespreken, moest ik zelf echt de boeken in. Dit terwijl ik hier thuis als moeder gewoon twee hele gezonde pubers heb rondlopen! De door mij gebruikte bronnen zijn: mijn eigen moeder zijn van twee puberdochters, teruggaan naar mijn eigen pubertijd en vooral het boek Pubermania.

prepuberteit nannybemiddeling

Terugblik puberteit

Tijdens de bijeenkomst heb ik alle aanwezige nanny’s de volgende vragen gesteld; Ga eens terug naar jouw eigen puberteit en noem eens twee zaken op die jij echt stom vond. Snap je nu achteraf wel dat het zo ging in die tijd? Er werden onwijs leuke voorbeelden benoemd door de nanny’s en sommige kwamen er toch ook wel achter dat zij een ‘brave puber’ geweest waren. Anderen beseften zich dat zij een pittige puber geweest waren en weer anderen kwamen tot de ontdekking dat het ‘puber zijn’ in deze tijd of in de tijd waarin zij opgroeiden echt wel een verschil is.

 

Verwarring

Wat hebben wij gezamenlijk gelachen om elkaars verhalen en wat waren wij het uit eindelijk met elkaar eens. De puberteit is een hele verwarrende periode en duurt ook nog eens ontzettend lang! Het is o.a. verwarrend omdat wij als volwassen mensen onze pubers dagelijks voorzien van dubbele boodschappen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de volgende uitspraak: “Doe nou eens volwassen en kom gewoon om elf uur thuis!” De verwarring zit hem in het feit dat een kind niet zelf mag bepalen hoe laat je thuis mag komen en een volwassene dit juist wel zelf mag bepalen! De tijdsduur van de puberteit is lang, ongeveer een periode van elf jaar. Dit is de periode die staat voor lichamelijk (bepaalt de natuur vooral zelf) en de sociaal-emotioneel volwassenwording.

 

Helder blijven

Alle nanny’s heb ik tot het inzicht laten komen dat zij voor al dicht bij zichzelf de tools hebben om met ‘pre-pubers’ om te gaan. Want inderdaad, pubers zijn niet makkelijk, maar dit komt dus deels ook doordat wij –volwassen- hen zo krankzinnig lang in het ongewisse laten over de vraag of ze nu een kind of eigenlijk al een volwassene zijn! Het mokken van pubers is dus vooral een spiegel van de warrigheid waarmee wij hen benaderen.

 

Positieve Feedback

De scholingsbijeenkomst is heel positief ontvangen. En deze blog is door het ontvangen van de feedback tot stand gekomen, daarom wil ik de volgende reactie delen met jou:

“Hoi Wendy!

Ik wilde jou nog even een dikke pluim geven voor afgelopen zaterdag. Knap, hoe je erin slaagt om toch wat droge theorie heel sappig en levendig te brengen! Jouw inlevingsvermogen en humor helpen je steeds leuke typetjes weg te zetten. Waardoor de bijeenkomst soms wat wegheeft van een leuk toneelstuk, waar we allemaal deel van mogen uitmaken en nog wat van leren ook.

Super! Bedankt en tot kijk!”

 

Trots!

Ik ben trots op de groep nanny’s die via De Nanny Bemiddeling bemiddeld willen worden. Samen kunnen we met onze professionele en enthousiaste aanpak alle kinderen de juiste opvang bieden die de ouders voor ogen hebben. Bedankt dames, voor jullie goede inzet en bijdragen tijdens deze twee scholingsbijeenkomsten.

 

Ervaring met pubers die jij wilt delen? Heb jij feedback op de pre-puberteit? Laat het gerust weten door contact op te nemen!

 

Wendy Bakx- Sanner

Deze website gebruikt cookies (lees hier meer) om jou de beste gebruikerservaring te geven. Ga akkoord door op 'Accepteer cookies' te klikken.