schaamte nannybemiddeling

Schaamte

De meesten van ons trekken zich in meerdere of mindere mate iets aan van wat anderen vinden. Of wat we denken dat anderen zullen vinden. Of het nu gaat over hoe je eruit ziet of wat je zegt: iets in ons houdt zich bezig met wat anderen zullen denken. In het opvoeden is dat niet anders.

Iedere ouder wil graag een goede opvoeder zijn. Je hoopt dus altijd, dat je kinderen zich buiten de deur goed gedragen, zodat anderen zullen vinden dat het leuke kinderen zijn en dat jij het goed doet, toch?

Daar komt het vaak onbewuste ideaalplaatje weer om de hoek kijken. Je wilt toch wel graag de goede opvoeder zijn, die zijn kind onder controle heeft, rustig blijft en weet wat hij moet doen. Het ergste is wel, dat mensen kunnen denken, dat je je kind niet in de hand hebt en dat hij over je heen loopt. Klopt?

 

Voor schut

Schaamte is een rotgevoel. Bij schaamte wil je het liefst door de grond zakken, wegkruipen in een klein hoekje of heel hard wegrennen. Het is bijna letterlijk pijnlijk. Je bent bang dat mensen je uitlachen, je stom of dom vinden. Sommige mensen gaan ook blozen als ze zich schamen. Dat is niet fijn, want daar kunnen ze zich dan ook weer voor schamen. Maar mensen kunnen ook heel boos worden van schaamte, of zelfs agressief. In plaats van stilletjes weg te lopen als ze bijvoorbeeld een rode kaart krijgen van de scheidsrechter voor een gemene overtreding, zetten ze een grote mond op. Of nog erger: ze vliegen hem aan. Net als bij spijt draait het bij schaamte vaak om iets wat je niet wilde. Maar niet bij alles waar je spijt van hebt, voel je ook schaamte. Spijt kun je hebben als je het klassenfeest hebt gemist waar al je klasgenoten de volgende dag over praten, omdat het zo gezellig was. Maar daar hoef je je niet voor te schamen. Schaamte voel je alleen als dat wat er gebeurd is jou voor je gevoel ‘voor schut’ zet. Je voelt je slecht over jezelf. Anderen zagen je zoals je niet wilt zijn. Je zelfbeeld heeft een deuk gekregen.

 

Jong geleerd!

Niemand heeft zijn kind 100% in de hand. Uiteindelijk kun jij niet bepalen wat je kind wel of niet doet. Of het nu binnen- of buiten de deur is. En dat is maar goed ook.

En toch…. Ook al realiseren we ons dit, toch zit het ergens in ons systeem. En steekt het de kop op als je een probleem hebt met je kind of als je kind ongewenst gedrag vertoont. En des te meer als daar anderen bij zijn. Ik denk dus dat de meeste ouders weleens last hebben van valse schaamte. Of bang zijn dat een ander hen zal afkeuren als ouder. Bewust of onbewust. Maar het ene kind is het andere niet en het ene kind is nou eenmaal net iets moeilijker in zijn gedrag dan het andere. En het feit, dat je bepaald gedrag niet acceptabel vindt, wil nog niet zeggen, dat jouw kind het niet doet!

Kleine kinderen kennen nog geen schaamte. Sommigen gaan gewoon midden in de supermarkt krijsend op de grond liggen trappelen van woede als papa geen koekjes koopt. Dat komt omdat je als kind eerst een zelfbeeld moet krijgen. Bij welke leeftijd dat precies gebeurt, is niet duidelijk. Sommige psychologen denken dat kinderen van 1 of 2 jaar zich al kunnen schamen; anderen denken dat dit pas kan vanaf 6 of 7 jaar. Jonge kinderen schamen zich vooral tegenover hun ouders. Van hen leren kinderen immers wat normaal is en wat niet, wat hoort en wat niet hoort. Dat verandert in de puberteit. Dan schamen kinderen zich vooral tegenover hun vrienden, de groep waar ze graag bij willen horen. Schaamte om anders te zijn, kan zo groot zijn dat je een ‘meeloper’ wordt. Je doet dingen die je zelf eigenlijk niet goed vindt, maar je wilt graag bij je groepje blijven horen en geen sukkel of watje zijn.

Schaamte zorgt ervoor dat je voldoet aan de heersende normen. Dat je je ‘gedraagt’. Maar schaamte doet meer.

 

Als je je schaamt, probeer je dus wat goed te maken!

Blaas je een valse noot tijdens een optreden van je orkest en draaien alle hoofden jouw kant op, dan wil je het liefst door de grond zakken. Maar dat gaat niet, dus doe je extra je best om de rest foutloos te spelen. Bedenk dat niet alle schaamte terecht is. Je schamen voor dingen waar je niets aan kunt doen, is niet nodig. Schaam jij je voor die flaporen? Voor weer een onvoldoende die jouw kind heeft gehaald? Moet jouw kind die oude spijkerbroeken van zijn of haar neef dragen? Grote kans dat anderen vooral een vrolijk gezicht zien en een leuke klasgenoot met een eigenwijze smaak. Je moet jezelf niet voortdurend inprenten dat je niet goed genoeg bent. Iedereen mag er zijn met zijn eigen voorkeuren. Durf jezelf te laten zien!

 

Wij hebben het allemaal!

Ik sprak hier jaren geleden eens over met een paar deelnemers van een workshop die ik toen gaf. Ze gaven eerlijk toe, dat het lastig is om te zeggen dat je naar een opvoedcursus gaat. Want dan kan de ander denken: “O, heb jij dat nodig dan? Is er iets mis bij jou thuis?”.

Want samenhangend met het (onbewust) ideaalplaatje is er ook de overtuiging, dat je het gewoon zou moeten kunnen. En in zekere zin is dat ook zo. Iedereen kan in principe wel een kind grootbrengen. Maar de vraag is hoe. Gun jij je kind het beste? Wil jij je kind optimaal steunen in zijn of haar ontwikkeling? Wil jij genieten van je gezin, ook als dat niet vanzelf lukt?

Zoals één van die deelnemers toen ook zei: “We zouden er eigenlijk juist trots op moeten zijn, dat we dit doen voor onze kinderen”.  En zo is het maar net. Ik heb respect voor alle ouders die moeite en tijd en soms ook geld investeren om het thuis beter te laten lopen. Omdat ze vinden dat hun kind het waard is.

Dus daar mag jij jezelf ook om waarderen, hoe moeilijk het af en toe misschien ook gaat. En leren is ook altijd oefenen, en gaat vaak gepaard met vallen en opstaan. Maar je doet het tenminste!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Waarom zijn er regels?

Regels!

Ik ben op dit onderwerp gekomen omdat ik zo moe word van alle regels en dan vooral van hoe velen zich er niet aan lijken te houden. Als moeder vind ik het dan lastig om aan onze dochters duidelijk te maken dat regels er echt niet voor niets zijn. Waarom maken wij regels en afspraken met elkaar, als wij er ons vervolgens toch niet aan houden?!

Als opvoeder zorg je ervoor dat je kind gezond opgroeit en dat het beschermd wordt tegen gevaar. Het is hierbij belangrijk dat het kind ook van uitdagende situaties leert. Wanneer je een grens of regel invoert, is het goed hierbij steeds bij jezelf na te gaan of je dit doet in het belang van het kind of in je eigen belang. Regels invoeren voor je eigen belang is uiteraard prima en kan in sommige gevallen zelfs een goed hulpmiddel zijn. Het is echter goed om je ervan bewust te zijn dat regels meestal beter door kinderen worden opgevolgd als ze in hun belang zijn. Tenzij je het met straffen wilt afdwingen; dan zul je op korte termijn succes hebben, op de middellange termijn verzet en op de lange termijn ondermijning…

 

Waarom zijn er regels?

Regels zijn basisnormen waar een kindje zich aan moet houden. Het kan gaan om algemene gedragsregels die gelden in de sociale omgang met anderen (niet schoppen en slaan), maar ook om bijvoorbeeld huisregels die jij als ouder of opvoeder zelf hebt bedacht. Ook in onze maatschappij zijn er afspraken gemaakt door middel van wetten en regels.

Leuk om te weten: Tot de leeftijd van anderhalf jaar heeft het geen zin om regels op te stellen. Dreumesen zijn te jong om regels te begrijpen. Daarna zijn regels wel belangrijk in de opvoeding en zelfs noodzakelijk. Je kindje heeft regels nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Door regels op te stellen, maak je voor een kind duidelijk wat de grenzen zijn waarbinnen hij zich kan bewegen. Dat zorgt voor houvast en een gevoel van veiligheid. Dankzij heldere regels en grenzen snapt een kind wat je van hem verwacht en hoef jij minder vaak boos te worden. Dat geeft hem zelfvertrouwen. Grenzen en regels zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van een kind, omdat hij leert dat er een consequentie volgt als hij ze overtreedt. Je kindje wordt er zelfstandig van. Hij leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag, en snapt dat er bepaalde basisregels bestaan in de omgang met anderen.

 

Overtreden van de regels

Als ouder/opvoeder is het soms verleidelijk om toe te geven en het kind zijn zin te geven. Voor een kind is dit echter verwarrend. Als hij iets de ene keer wel mag en de andere keer niet, kan hij daar onzeker van worden. Het gevolg is dat hij nóg vaker de grenzen gaat opzoeken, om maar duidelijkheid te krijgen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. Het is daarom belangrijk om regels consequent toe te passen. Overtreedt een kind de regels, dan kan er op verschillende manieren gereageerd worden door jou als ouder/opvoeder:

  • Richt de aandacht op iets anders dan het gedrag. Vaak stopt het ongewenste gedrag dan vanzelf.
  • Negatieve aandacht is ook aandacht. Je hoeft er niet altijd bovenop te zitten als het kind een regel overtreedt. Het kan ook werken om negatief gedrag te negeren en de andere kant op te kijken. Voor de meeste kinderen is de lol er dan al snel af. Andersom is het belangrijk om goed gedrag zoveel mogelijk te belonen.
  • Streng toespreken. Zorg dat je op kind-hoogte contact maakt, kijk het kind in de ogen en zeg kort en duidelijk (met een ferme stem) dat wat hij doet niet mag. Zeg ook waarom het niet mag en leg uit hoe hij het de volgende keer wél moet doen.
  • Apart zetten. Het kan helpen om een kind één time-out te geven. Je zet hem bijvoorbeeld even apart op een stoel en geeft een minuut geen aandacht. Blijft hij rustig zitten, dan mag hij opstaan en verder spelen. Zo niet, dan herhaal je de time-out.
  • Voor bepaalde vormen van negatief gedrag kun je een passende straf bedenken. Je pakt bijvoorbeeld speelgoed af of je ontzegt het kind een uitje naar de dierentuin.

 

Let er bij het handhaven van de regels altijd op dat je alleen het gedrag van het kind afwijst. Zeg nooit Wat ben je toch een vervelend kind, maar richt je op wat er gebeurt: Je mag niet met eten gooien.

Houd bij het bedenken van de regels de volgende tips in je achterhoofd: 

  • Maak het huis veilig. Beveilig de stopcontacten, zet schoonmaakmiddelen op een plek waar een kind niet bij kan en zorg dat er geen breekbare voorwerpen (zoals vazen) op ooghoogte staan. Zo voorkom je dat je de hele dag ‘nee’ aan het roepen bent of straf moet uitdelen.
  • Stel niet te veel gedragsregels op. Kinderen zullen ze niet allemaal kunnen onthouden en voor jou is het moeilijk ze allemaal te handhaven. Een stuk of vijf, zes regels is voldoende.
  • Stel alleen regels op over dingen die jij belangrijk vindt. Het kan best zo zijn dat jouw kind wel met zijn eten mag spelen en zijn buurjongetje niet. Hanteer geen regels alleen omdat andere ouders of opvoeders het ook doen, want dan wordt het moeilijk om consequent te blijven.
  • Formuleer de regels positief. Probeer het woordje ‘niet’ te vermijden. Zo klinkt ‘Netjes eten’ positiever dan ‘Je mag niet knoeien’.
  • Geef het goede voorbeeld. Als je kindje moet blijven zitten tijdens het eten, let er dan eens op of je dat zelf ook doet. Vaak sta je (onbewust) op van tafel, bijvoorbeeld omdat je nog iets moet pakken, de deurbel gaat of omdat je naar de wc moet. Als je inzicht krijgt in je eigen gedrag, kan je beter begrijpen waarom sommige regels moeilijker te volgen zijn voor je kindje dan andere.
  • Wees geduldig. De meeste kinderen hebben tijd nodig om aan een regel te wennen. Herhaal de regel dus vaak en houd vol.
  • Bedenk of de regels haalbaar zijn. Een regel moet passen bij de leeftijd van het kind. Je peuter kan nog niet in zijn eentje al zijn speelgoed opruimen, daar heeft hij hulp bij nodig.

 

In de spiegel kijken

Opvoeden is lastig. Het maakt je als ouder/opvoeder kwetsbaar. Elke ouder en opvoeder kent de “regels” en vindt het belangrijk om deze over te brengen op hun kinderen. Zoals hierboven beschreven, leren wij onze kinderen door ons eigen gedrag onbewust ook dat regels er zijn om soms van af te wijken of zelfs om je er niet aan te houden. Volwassenen beseffen vaak niet dat ze het hierdoor ingewikkeld maken voor de kinderen. Een kind zoekt voortdurend de grenzen op en probeert regels te overtreden. Dit doet hij niet om je plagen, het is simpelweg de manier waarop hij leert. Wij als ouder/opvoeder zijn vaak het eerste voorbeeld voor het kind bij het opvolgen van regels. Kijk eens naar de regels of afspraken die er zijn gemaakt door jou als ouder of opvoeder en waar jij zelf van afwijkt. Zelf het goede voorbeeld geven, zal je kind helpen bij het opvolgen van regels en afspraken. Dus kijk eens in de spiegel….

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

jongensbril

Kijken door een jongensbril

Jongens en meisjes zijn anders in hun gedrag. Daar is iedereen het waarschijnlijk wel over eens. Jongens kunnen vaak niet stilzitten, zijn continu met elkaar aan het stoeien en kunnen ook behoorlijk klieren. En jij als ouder of nanny moet dan de politieagent uithangen. “Niet doen, blijf zitten, houd daarmee op.“ Herkenbaar? Vast wel! Jongens willen dóen, zijn onrustiger en voetballen graag. Meisjes willen gezellig kletsen, knutselen en tutten. Natuurlijk zijn er ook knullen die graag knutselen of tekenen en meiden die het liefst elke dag in een boom klauteren, maar generaliserend gezegd: in de praktijk is er verschil, vooral vanaf de basisschool-leeftijd.

Zijn jongens de afgelopen jaren lastiger geworden, of hebben wij, de maatschappij, opvoeders en onderwijzers, zelf steeds meer last van “jongensgedrag”? En wat vinden die jongens er eigenlijk zelf van?

Jongens willen experimenteren, verkennen en grenzen opzoeken. Jongens gooien een stuk klei tegen het plafond om te kijken of het blijft plakken en proberen zo hoog mogelijk in een boom te klimmen.

Jongens worden vaak als lastig gezien omdat ze druk zijn, lawaai maken, niet kunnen stilzitten en alles kapot maken. Maar zijn jongens nou echt zo lastig? “Nee”, vindt Lauk Woltring, gedragsdeskundige die gespecialiseerd is in het gedrag en de ontwikkeling van jongens. “Lastig is iets wat je in een relatie ervaart. Je kunt last hebben van het lawaai dat een jongen maakt. Of van zijn drukke gedrag. Maar jongens ‘zijn’ niet lastig. Het etiketje ‘lastig’ komt meestal van vrouwen. In zijn jonge leven komt een jongen nogal wat vrouwen tegen: in de kinderopvang, in het basisonderwijs. En van zijn ouders is zijn moeder vaak het meeste thuis.”

 

Jongens zijn geen meisjes

Vrouwen (meisjes) zitten nu eenmaal anders in elkaar dan mannen (jongens). Dat kan soms zorgen voor vervelende situaties of conflicten. Moeders hebben bijvoorbeeld de neiging om hun zoons alsmaar af te remmen en in te perken. Als je iets meer begrip hebt voor de verschillen tussen de twee geslachten, kun je beter met dit soort situaties omgaan en je zoon, de mogelijkheid geven om zich evenwichtiger te ontwikkelen.

Aan de buitenkant kun je zien dat jongens er anders uit zien dan meisjes. Kinderen ontdekken dat al als ze heel jong zijn. Maar er zijn meer verschillen. Niet alleen de buitenkant verschilt, ook de binnenkant!

  • Jongens hebben meer testosteron in hun lijf en dat heeft grote gevolgen voor hun binnenkant.
  • Testosteron maakt jongens energieker en beweeglijker. Kijk maar eens in een klas kinderen en let op de jongens die altijd stoeien en fysiek met elkaar bezig zijn.
  • Testosteron zorgt voor een andere rijping in de hersenen die leidt tot een verschil in cognitieve, fysieke en emotionele ontwikkeling bij jongens en meisjes.

 

Jongens houden van doen

De hoeveelheid testosteron heeft dus gevolgen voor het gedrag van jongens en daardoor zullen ze zich in de regel meer fysiek uiten dan meisjes.

  • Jongens zoeken uitdagingen, willen presteren, oplossen en houden van onderzoekend leren door trial en error.
  • Ze kunnen moeilijk stilzitten en zich concentreren in de klas, wat op school tot problemen of frustratie kan leiden bij een jongen of zijn leerkracht.
  • Ze stoeien veel met elkaar omdat ze op die manier hun plek in de sociale orde ontdekken en vaststellen. Volwassenen hebben nogal eens last van dit drukke jongensgedrag.
  • Ze meten zich graag met elkaar op allerlei vlakken en daarbij houden ze van regels en eerlijkheid. Daarin kunnen ze soms behoorlijk doorslaan wat kan leiden tot obsessief gedrag.
  • Ze hebben minder oog voor veiligheid en risico’s en hun remming (inhibitie) ontwikkelt zich anders dan bij meisjes. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden.

 

Jongens zijn gevoelig

Jongens zijn behoorlijk gevoelig en dat herkennen veel moeders bij hun zoon.

  • Jongens hebben een fysieke en vaak intuïtieve gevoeligheid voor hun omgeving, stemmingen of emoties.
  • Ze kunnen moeilijker over gevoelens praten dan meisjes, terwijl dat wel van ze verwacht wordt.
  • Ze reageren vaak impulsief en intuïtief op gevoelens met externaliserend gedrag zoals slaan, schoppen of een brutale mond. Door die fysieke ontlading raken ze nare gevoelens sneller kwijt.
  • Ze zijn extreem gevoelig voor kritiek en sluiten zich snel af bij negatieve feedback. Bij complimenten groeit hun zelfbeeld want ze willen heel graag de beste, liefste of grootste zijn.
  • Ze geven niet zo gemakkelijk complimenten, want daarmee degraderen ze zichzelf in de sociale rangorde.

 

De jongensmanier

Kennis over de verschillen tussen jongens en meisjes kan ouders, opvoeders, nanny’s en leerkrachten helpen een kind te zien zoals het werkelijk is en te zoeken naar passende oplossingen bij problemen. Daarbij kun je slim gebruik maken van jongenskwaliteiten zoals:

  • bewegen
  • uitproberen
  • experimenteren
  • onderzoeken
  • fantaseren
  • creativiteit
  • abstract denken.

 

Tip

Met name in het basisonderwijs en de kinderopvang komen kinderen voornamelijk in aanraking met leidsters en vrouwelijke leerkrachten. Met de moeizame schoolcarrière van haar eigen zoon als rode draad, onderzoekt Katinka de Maar, filmmaker & ontwikkelaar van educatieve formats, hoe jongens op de basis- en middelbare school hun weg proberen te vinden en kijkt ze naar het grotere geheel: kunnen jongens nog wel echte jongens zijn in de hedendaagse maatschappij? Een echte aanrader is de film die zij hierover heeft geproduceerd: “De echte jongens film”.

 

Onbewuste rol van ouders

Even heel zwart-wit: in de peutertijd spelen meisjes binnenshuis vadertje en moedertje en jongens trekken erop uit en verbouwen de boel. Meisjes vissen naar complimentjes door met een stoffer en blik in de weer te gaan, jongens door te laten zien hoe goed ze kunnen klimmen. Maar wat is hierbij de rol van de ouders (en personeel in de kinderopvang)? Stimuleren we dit seksetypische gedrag? Tenslotte geven we jongens vaak maar al te graag een ridderhelm en meisjes een prinsessenjurk.

Het is vooral belangrijk dat je je kind ziet als een individu, ongeacht of je een zoon of een dochter hebt. Houd rekening met hun individuele wensen, hun authenticiteit, en baseer daarop hoe je met je kind omgaat en welke eigenschappen je stimuleert. Want we kunnen van alles zeggen over het verschil, maar dé standaard jongen of hét standaard meisje bestaat eenvoudigweg niet. Geef je kind daarom voldoende gelegenheid om eigen voorkeuren te ontwikkelen.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

brutale kinderen

Brutale kinderen

Brutale kinderen

Wat een brutaal kind is dat…

Iedereen kent het wel: je staat bij school en hoort een ouder zeggen: “Die Bart, dat is me toch een brutaal kind”. Wat bedoelt die ouder dan? Dat weet je eigenlijk niet echt, tenzij je het gedrag van Bart gezien hebt. Het begrip brutaliteit is namelijk op veel verschillende manieren uit te leggen. Iedereen heeft in feite een eigen interpretatie bij het woord brutaal.

Wat is brutaal?

Als we het woordenboek erop naslaan, dan wordt het woord brutaal uitgelegd als: erg onbeleefd, met te weinig respect voor anderen. Dat stemt overeen met hoe er in het algemeen over brutaal zijn wordt gedacht. Of iets brutaal wordt gevonden, heeft te maken met een aantal aspecten: met waarden en normen van ouders en nanny, met het milieu waarin een kind opgroeit, met de leeftijd van het kind (een peuter die “stoute mama” zegt, wordt immers anders benaderd dan een kind van twaalf die “rot moeder” zegt) en met omgangsvormen die in het gezin worden gehanteerd.
Over het algemeen heeft het woord brutaal een negatieve betekenis: kinderen die schelden tegen hun ouders of anderen, kinderen die een grote mond hebben, die schuttingtaal gebruiken, die zich gelijkwaardig opstellen tegenover ouders of andere volwassenen. Over het algemeen wordt dan gezegd dat deze kinderen brutaal zijn, zich brutaal gedragen. Het is een begrip met een duidelijke afkeuring erin.

Kinderen die voor zichzelf opkomen, worden vaak verward met brutale kinderen en dus wordt het mondig zijn negatief beoordeeld. Een kind die een teleurstelling moet verwerken omdat hij een wens/behoefte door de ouder/nanny niet in vervulling ziet gaan, gaat eerst de strijd aan met de ouder/nanny. Als deze toch bij zijn standpunt blijft, wordt het kind verdrietig of boos, gaat huilen, slaat met de deur of wordt chagrijnig en in zichzelf gekeerd. Na verloop van tijd legt het kind zich erbij neer en hervindt zijn evenwicht. Sommige ouders of volwassenen leggen dit proces uit als onbeleefd en brutaal, terwijl het kind dit proces nodig heeft om weer in balans te komen met zichzelf en de ouder/nanny.

Brutaal zijn is dus een rekbaar begrip! In het gezin ligt de belangrijke taak voor ouders om hun kinderen respect bij te brengen. Als je kind brutaal is met de intentie om met zijn opmerkingen te kwetsen, dan moet je duidelijk maken dat het niet op een dergelijke manier tegen jou mag praten, anders gaat het kind dat ook naar anderen doen.

Waarom is een kind brutaal?

 Op een bepaald moment rebelleren de meeste kinderen tegen hun ouders. Dit doen ze simpelweg om de grenzen op te zoeken. Zelfs als je consequent respectvol bent, zul je waarschijnlijk toch wel eens een grote mond krijgen; dat is heel normaal. Je reactie op die grote mond kan echter grote invloed hebben op hoe het kind emoties verwerkt in de rest van zijn leven, en het kan zelfs de toekomstige relatie met je kind bepalen. Hierbij enkele redenen waarom kinderen brutaal zijn en wat tips om hier mee om te gaan.

Kinderen zien hun woorden of reacties vaak niet als oneerbiedig. In plaats daarvan voelen zij zich machteloos en denken ze dat je oneerlijk bent.

Denk daarom vanuit het perspectief van het kind. Kinderen krijgen zelden de vrijheid om zelf keuzes te maken, en het is begrijpelijk dat kinderen daar soms moeite mee hebben. Een deel van het brutaal zijn, is eigenlijk alleen een manier om zichzelf uit te drukken. De uitdaging voor de ouder/nanny is om het kind te begeleiden om zijn emoties respectvol uit te drukken. Dus niet proberen het te onderdrukken maar uitleggen hoe ze het anders kunnen verwoorden.

Het is ook belangrijk om te onthouden dat de frontale cortex (hersenen voorin het hoofd) van je kind, die zijn emoties regelt, extreem onderontwikkeld is. Natuurlijk, het is makkelijk voor je kind om zich goed te gedragen als hij gelukkig is. Maar als hij boos wordt, kan hij zijn emoties niet beheersen. Het is dus heel moeilijk voor kinderen om dit zelf onder controle te houden.

 

Tips om beter met brutale kinderen om te gaan:

 

Blijf kalm

Het kan verleidelijk zijn om zelf ook meteen boos te worden: “Zo praat je niet tegen me, ga nu meteen naar je kamer!” Het probleem is dat door je eigen boosheid de machtsstrijd escaleert. Het idee om agressief gedrag te lijf te gaan met boosheid is verkeerd. Het geeft het kind namelijk het gevoel dat het normaal is om boos te reageren. Als je een rustig kind wilt, zul je zelf ook rustig moeten reageren.

Leef je in

Verander je houding door te begrijpen dat brutaliteit betekent dat je kind boos is en je hulp nodig heeft. Het is geen persoonlijke aanval. Probeer het volgende eens: “Ik weet dat je je speelgoed nu niet wilt opruimen. Je wilt lekker doorspelen, dat begrijp ik. Helaas kan dat nu niet, omdat we gaan eten.”

Hou vast aan bepaalde grenzen

Laat je kind weten dat het o.k. is om boos te zijn, maar dat het niet o.k. is om dat op jou af te reageren: “Je moet wel erg boos zijn als je zo tegen me praat. Dat is niet zoals we in dit huis met elkaar omgaan.”

Moedig alternatieve manieren van communicatie aan

Probeer je kind te helpen om zijn emoties op een productieve manier uit te drukken: “Kan je met me praten over wat je zo boos maakt?”. “Ik wil graag begrijpen waarom je zo boos wordt”.

Probeer je kind wat bij te brengen

Later, als jullie rustiger zijn, kun je bespreken wat er gebeurd is. Praat met je kind over hoe brutaliteit en een oneerbiedige houding (zoals rollen met de ogen of diep zuchten) de gevoelens van anderen kunnen beïnvloeden. Dat dat type gedrag ervoor zorgt dat de ander geen zin meer heeft om te luisteren, en dat het dus averechts werkt.

Kinderen reageren meestal impulsief als ze hun gevoelens uitdrukken. Door als ouder niet boos te worden, rustig te blijven en zelf het goede voorbeeld te geven, zal de situatie meestal niet escaleren. Het betekent dat je je kind toelaat om zijn emoties uit te drukken en de handvatten aanreikt om dit op een normale manier te doen. Op de lange termijn zal dit jouw kind veel opleveren, omdat hij al vroeg leert op een respectvolle manier te communiceren.

Laat het een troost zijn: elk kind is weleens brutaal. Het hoort erbij, opvoeden is niet altijd even makkelijk. Weet dat je hierin niet alleen bent!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Grenzen stellen

Er zijn grenzen…

In elk gezin is er wel eens ruzie of onenigheid. Dat is niet gek, want bij het opgroeien en opvoeden hoort het verkennen van grenzen. Grenzen van jezelf en die van de ander. Het stellen van grenzen hoort bij opvoeden en opgroeien. Jonge kinderen hebben een enorme drang om de wereld om hen heen te ontdekken. En dat is maar goed ook, want zonder die drang zou een kind zich niet goed ontwikkelen. De drang de wereld te ontdekken, stimuleert het kind te gaan zitten, kruipen, lopen, praten, sociale contacten aan te gaan etc. Maar deze behoefte vraagt van de ouders naast aanmoediging ook begeleiding en begrenzing. Grenzen stellen betekent regels afspreken. Het stellen van grenzen is noodzakelijk in de opvoeding. Zonder grenzen ontwikkelt het kind zich tot een onevenwichtige persoonlijkheid, die niet geleerd heeft rekening te houden met anderen. Zonder grenzen kan een kind zichzelf ook in gevaar brengen.

Al zal het kind het niet altijd zo ervaren, juist in het belang van het kind is het goed grenzen te stellen. Voor sommige kinderen (en volwassenen) is dat synoniem aan streng zijn. Echter, deze ‘strengheid’ heeft niets te maken met onvriendelijkheid, maar alles met het geven van duidelijkheid. En daar zijn zowel kinderen als opvoeders bij gebaat. Mag je dan helemaal niet verwennen? Natuurlijk wel! Maar ouders moeten er niet in doorschieten, want dan groeien hun kinderen niet op tot zelfstandige volwassenen die weten om te gaan met tegenslagen.

Zelfvertrouwen en regels

Elke ouder wenst dat zijn kind genoeg zelfvertrouwen heeft om de wijde wereld in te gaan. Zelfvertrouwen is iets wat groeit door het stellen van grenzen. Dit is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van het kind, maar het helpt ook bij het bijbrengen van de basisregels van de sociale omgang, bij het aanleren van normen en waarden en om het kind te leren ook rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Een kind heeft regels nodig. Regels bieden een kind houvast en duidelijkheid en hierdoor ook veiligheid. Het kind weet dan wat er van hem of haar verwacht wordt, en tegelijkertijd ook wat het van de ouders kan verwachten. Deze duidelijkheid en veiligheid helpen het kind weer om zelfvertrouwen op te bouwen.

De voordelen van grenzen stellen

Regels:

  • zijn niet belastend, maar ontlastend;
  • voorkomen steeds dezelfde discussie, het scheelt daardoor veel tijd;
  • bevorderen de sfeer;
  • bieden veiligheid;
  • geven houvast;
  • stimuleren het zelfvertrouwen;
  • brengen een kind respect bij;
  • leren je kind rekening te houden met anderen;
  • zijn er ook om incidenteel van af te wijken en dat wordt dan ervaren als een beloning.

 

Hoe stel je grenzen?

  1. Wees duidelijk tegen een kind. Leg uit waarom iets wel of niet mag, zodat het kind zich eerder bij de grens neerlegt en de volwassene zich beter realiseert waarom hij deze grens belangrijk vindt. Dit geeft de volwassene ook houvast om bij zijn standpunt te blijven en minder snel toe te geven.
  2. Wees consequent in het begrenzen van gedrag. Belangrijk is dus te handelen wanneer de grens is bereikt, of net iets daarvoor. Probeer in ieder geval te vermijden dat de grens te laat of helemaal niet wordt gesteld. Een kind leert er niets van als het de ene keer wel met zijn vieze schoenen naar binnen mag en de volgende dag niet. Het weet dan niet waar het aan toe is. En kinderen zullen altijd naar grenzen zoeken.
  3. Bied het kind veiligheid. Zo weten ze wat er wel of niet mag, hoe ver ze kunnen gaan. Als ouders consequent zijn, hoeven kinderen niet bang te zijn dat ze de volgende keer een uitbrander krijgen als ze datgene doen wat ze altijd al deden.
  4. Laat het kind zien wat het effect op de ander is van brutaal gedrag. Spiegel zijn gedrag: “wat zou jij ervan vinden als ik je uitscheld voor dom varken?”
  5. Bied alternatieven, maak duidelijk wat het een kind oplevert wanneer het meer gewenst gedrag laat zien. Straf niet alleen, vergroot gewenst gedrag ook uit en beloon het. Het kind zal dan gemotiveerder zijn andere manieren aan te leren en grenzen te accepteren.
  6. Maak aangenaam gedrag aantrekkelijk. En wijs op ongewenst gedrag: als je je zo gedraagt, vinden mensen je helemaal niet aardig.
    Consequent

 

Om grenzen goed te kunnen bewaken, is het heel belangrijk dat een ouder consequent is. Wanneer een regel de ene dag geldt en de volgende dag niet, zal het kind steeds weer de grens op zoeken om te kijken of de regel mogelijk nog een keer overtreden kan worden. Daarnaast is het ook belangrijk om als ouder het goede voorbeeld te geven. Een kind als regel geven dat één snoepje in de middag voldoende is, is voor een kind moeilijk te accepteren wanneer de ouders wel meerdere chocolaatjes en koekjes bij de koffie nemen. Als je erop let, zul je zien dat wij ouders ons vaak schuldig maken aan het niet geven van het goede voorbeeld!

Bij het stellen van regels is het belangrijk dat het kind de regel begrijpt. Het is dan ook belangrijk het kind niet alleen de regels te leren maar ook het waarom van de regel (omdat het onveilig is, omdat je iemand daarmee pijn doet, omdat ik dat vervelend vind etc.). En hoe simpel het ook klinkt, het is ook belangrijk na te gaan of het kind goed geluisterd heeft bij het stellen van de regel. Een regel die het kind maar half gehoord heeft, zal niet nageleefd worden. Het is dan ook een goed idee om de regels op papier te zetten, zodat het kind niet kan zeggen de regel niet gehoord te hebben of vergeten te zijn. Bij oudere kinderen kunnen de regels gewoon opgeschreven worden en op een duidelijke plek opgehangen worden. Bij jonge kinderen kan hetzelfde gedaan worden met behulp van pictogrammen. Kinderen zijn gevoelig voor de manier waarop gecommuniceerd wordt. Ouders moeten zich hiervan bewust zijn en daarbij goed kijken wat bij hun kind het beste werkt. Als dit goed loopt, zal je kind de regels gemakkelijker begrijpen.

Een schrale troost: grenzen stellen hoort er voor ons allemaal bij. Er zijn nu eenmaal grenzen….
Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

loslaten nanny

Loslaten!

Voor veel ouders is het “loslaten” van hun kind een dingetje. Je kind zijn eigen weg laten gaan, kan echt lastig zijn. De navelstreng losknippen is het eerste loslaten voor een moeder. Vader sluit pas dan het kind voor het eerst in zijn armen. Vervolgens beginnen de ouders samen aan de weg van het “loslaten”. Niemand weet van te voren hoe dit precies zal gaan en wat men op die weg tegen zal komen. Het zorgen dat je kroost zelfstandig wordt, is een bijzonder iets in de natuur van mens en dier,

Alle clichés kennen wij wel:

  • Het oudste kind doet het baanbrekend werk voor de jongere kinderen.
  • Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.
  • Dat doet mijn kind niet.
  • Met vallen en opstaan.

 

Is loslaten makkelijker gezegd dan gedaan?

Iedere ouder voelt een enorm verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn kind en wil het beste voor zijn kind. Daar hangt mee samen dat ouders het moeilijk vinden om het kind los te laten en steeds meer de eigen verantwoordelijkheid te geven. Hoe dichter je je kind bij je houdt, hoe meer je als ouder de controle hebt en houdt over hoe het met je kind gaat. De enorme liefde voor het kind zorgt ervoor dat ouders het moeilijk vinden het los te laten, terwijl het ouderschap eigenlijk een voortdurend langzaam loslaten is. Maar in de huidige maatschappij waar veel van kinderen verwacht wordt, de maatschappij verhard is en er steeds minder sociale controle is, kan het voor ouders extra moeilijk zijn toch los te laten.

Ouders moeten een evenwicht vinden tussen voldoende loslaten om het kind de kans te geven zich te ontwikkelen en te leren, maar anderzijds ook niet te snel los te laten, omdat kinderen nog sturing en begeleiding nodig hebben. Iedere leeftijdsfase vraagt om een beetje meer loslaten en het kan best lastig zijn voor ouders om zelf te bepalen waar je als ouder gaat loslaten en op welke punten je nog even de touwtjes in handen wilt houden.

Ouders moeten steeds weer de afweging maken wat wel en niet verantwoord is en moeten daarbij steeds de afweging maken tussen hun eigen angsten en zorgen en de behoeftes van het kind om zelfstandig te worden en zijn.

 

Groepsdruk

De huidige maatschappij maakt het zeker niet makkelijker om als ouder je kind los te laten. De vooroordelen, het oordelen van andere ouders, maar ook de keuze van andere ouders maakt het lastig om als ouder je eigen pad te kiezen in het loslaten van jouw kind.

Wij hebben het allemaal wel eens gehoord: “Ach joh die van ons mag het ook al, doe niet zo moeilijk!” Of: “Waar bemoeit de overheid zich mee, NIX18, ik bepaal zelf wel als ouder wanneer mijn kind alcohol mag drinken.”

Als ouder merk je duidelijk dat er op school, bij de sportclub, maar ook in de privésfeer een groepsdruk is. Belangrijk is het voor onze kinderen om als ouder hier dichtbij jezelf te blijven en daarbij je kind te leren dat je niet hoeft te bezwijken onder deze groepsdruk, hoe lastig dit soms ook is.

 

Waarom is loslaten zo belangrijk?

Wanneer kinderen onvoldoende losgelaten worden, krijgen ze onvoldoende de ruimte om zichzelf te ontwikkelen en vertrouwen in hun eigen kunnen op te bouwen. Wanneer kinderen veel dingen uit handen genomen wordt, leren kinderen niet zelf om te gaan met situaties en kan ook het idee bij ze ontstaan dat ze dingen niet kunnen, want waarom zouden hun ouders het hun anders niet toe staan om het zelf te proberen. Het kind dient via het loslaten te leren om zichzelf te gaan redden. Dit wordt ook wel de zelfstandige redzaamheid genoemd. Door het beetje voor beetje los te laten, geven ouders hun kind zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel.

 

Het is niet te laat!

Het is nooit te laat om te leren hoe jij als ouder je kinderen los kunt laten. Ook al zijn ze dertig-plus. Er zijn veel boeken over geschreven. Uit het boek “Loslaten kun je leren” van Jolet Plomp, kun je als ouder veel tips halen. Deze vijf tips kunnen je alvast op weg helpen:

 Verwerp de gedachte dat je als ouder alle rampspoed voor je kind kunt voorkomen.

  1. Laat het idee los dat iedereen van je kind moet houden.
  2. Hoe ouder hij wordt, hoe minder zeker je ervan moet zijn dat je begrijpt wat hij voelt en denk
  3. Realiseer je dat je op een bepaald moment niet meer alles beter weet.
  4. Laat je toekomstdromen voor je kind varen. Zo krijg je meer inzicht in zijn kwaliteiten en mogelijkheden.

 

Loslaten kun je leren van Jolet Plomp, is voor 10 euro verkrijgbaar bij o.a. www.bol.com.

Ik wens iedereen veel wijsheid, liefde, kracht en succes toe met het loslaten van u kroost. Weet dat u niet alleen bent in het “moeten” loslaten. Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

Hoe leuk zijn de feestdagen nu echt?

Ergens heb ik nog steeds het gevoel dat de zomer pas net voorbij is en dat we nog lekker aan het nazomeren zijn, maar de realiteit is dat het alweer december is. Als ik ’s avonds met mijn hond wandel is het pikkedonker en zie ik de eerste lampjes buiten alweer in de bomen hangen. Voor sommige mensen betekent dit dat we langzaam gaan aftellen naar the most wonderful time of the year, maar genoeg mensen hebben helemaal niets met het najaar, de winter en al helemaal niet met de feestdagen. Voor onze kinderen is het een spannende tijd, die in vele gezinnen voor stress zorgt!

Hoewel ik ergens ook wel een soort gezelligheid en warmte kan voelen als ik lekker binnen zit terwijl het buiten donker is en waait, merk ik zelf ook goed dat ik moeite heb met de periode die we tegemoet gaan. De discussie over zwarte piet, de schoolactiviteit die steeds meer een ouderproject lijkt te worden; sommige ouders knutselen vijf avonden met hun kind aan een prachtige surprise en een andere ouder helpt niet mee, wat dan vaak ook wel te zien is aan het resultaat. Het is eigenlijk gewoon een drukke, stressvolle tijd. Je kunt je afvragen of het voor de kinderen zelf allemaal wel zo geweldig is…

De feestdagen die in het verschiet liggen, zijn lang niet voor iedereen een groot feest en iets om naar uit te kijken. De beelden die we in kerstfilms en op tv voorgeschoteld krijgen, weerspiegelen immers niet echt de realiteit. Niet iedereen zit nu en in de komende periode gezellig met de hele familie bij de open haard.

Elke ouder herkent dit: slecht slapen, weinig eetlust, buikpijn, hoofdpijn, plotselinge koortsaanvallen, overspannen of superdruk gedrag; het zijn allemaal herkenbare symptomen die zich bij de kinderen manifesteren rond Sinterklaas en Kerst. En die treffen niet eens alleen overgevoelige kinderen; ook een nuchter zieltje kan behoorlijk op tilt slaan. Hoe blijft de feestmaand feestelijk? ‘We zien in december een piek als het gaat om in- en doorslaapproblemen,’ zegt Clarisse van Gorkom, orthopedagoge in het Mesos Medisch Centrum in Utrecht. Het komt volgens haar in de feestmaand regelmatig voor dat leuke spanning finaal uit de hand loopt. Kinderen gaan minder goed eten, letten op school slechter op, of krijgen hoofdpijn. Wat daarbij volgens haar meespeelt, is dat het tussen de herfst- en de kerstvakantie een lange ruk is, waardoor veel kinderen toch al moe zijn. ‘Daardoor wordt het lontje wat korter en raken kinderen sneller geïrriteerd of worden zelfs agressief.’

 

De drukte neemt toe

Spanning rond het zetten van de schoen en de vraag welke cadeautjes de Sint zal geven, bestond vroeger ook. Maar de laatste jaren neemt de drukte toe. Veel scholen doen steeds meer aan de feestdagen: niet alleen komt Sint langs, er is vaak ook een heus kerstdiner. Sport- en hobbyclubjes organiseren uitvoeringen rond kerst en nodigen meestal ook Sinterklaas uit. Vergeet niet het werk van de papa’s en mama’s: ook vele bedrijven staan stil bij het Sinterklaas feest voor de kinderen van de werknemers. In de winkels liggen eind september al pepernoten en weken voor de Sint daadwerkelijk voet op Nederlandse bodem zet, vallen er kleurige folders in de brievenbus. Als hij eenmaal gearriveerd is, voert het dagelijkse Sinterklaasjournaal op de televisie de spanning nog eens op.

 

Magisch denken

Dat de Sinterklaastijd zo spannend is, komt volgens de psycholoog mede doordat kinderen tot een jaar of 7 magisch denken. ‘Ze maken geen onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. Alleen wat ze zien, bestaat voor hen echt.’

Een mooi bewijs hiervan leverde een beroemde tv-uitzending waarin de juf zich voor de ogen van de klas verkleedde als Sint. Op de vraag ‘Wie is dit?’ antwoordden de kinderen vervolgens collectief: ‘Sinterklaas!’  Want die zagen ze en de juf was ‘weg’. Toen de Sint zich weer omkleedde, was ze in de ogen van de kinderen gewoon de juf en geen ex-Sinterklaas. ‘En zelfs al zijn kinderen op de leeftijd dat ze beseffen: Sint bestaat niet, dan nog blijft de hele periode spannend.’

 

11x hoe blijft de spanning hanteerbaar?

  • Maak een kalender met de hoogtepunten zodat kinderen overzien hoe lang het nog duurt.
  • Onderschep de speelgoedfolders en kijk ze op een rustig moment samen door.
  • Spreek af hoe vaak de schoen gezet mag worden.
  • Maak de feesten voorspelbaarder. Vertel bijvoorbeeld al iets over de cadeautjes.
  • Lees verhalen voor over de betekenis van het feest.
  • Informeer wat er op school gaat gebeuren zodat het kind erop kan worden voorbereid.
  • Neem de tijd om de dag met het kind te bespreken.
  • Maak van de Sint geen boeman.
  • Op tijd inkopen doen voorkomt stress bij de ouders.
  • Probeer het aantal festiviteiten thuis en bij anderen beperkt te houden.
  • Hanteer de gouden regel: minder is meer.

 

Gezellig met familie of vrienden

Hoe je de feestdagen doorbrengt, bepaal je in de eerste plaats zelf. Bij wie wil je zijn in deze tijd? Wat wil je betekenen voor anderen en hoe wil je dat doen? Dit zijn goede vragen om jezelf te stellen voordat je doet wat anderen van je verwachten. Vergeet daarbij vooral ook niet te kijken naar de kinderen; “wat hebben wij er aan?” Je kunt namelijk meer invloed hebben dan je misschien denkt. Het enige wat het van je vraagt is een beetje eigen initiatief. Maar dan moet je eerst weten wat je wilt.

Vaak plannen mensen de periode rond de feestdagen vol, vol, voller, volst. Probeer dit te vermijden. Je kan gerust in februari nog een nieuwjaarsfeestje geven. Dat is geen probleem. Ik denk zelfs dat veel mensen dat leuker vinden dan allemaal zo opeen gepropt. Februari is dan zelfs nog dichtbij. Bekijk het gewoon ruimer! Geef jezelf en vooral de kinderen ademruimte. Laat genoeg tijd over dat ze gewoon thuis écht zichzelf kunnen zijn. Meer dan je best kan je niet doen. Loopt het niet helemaal goed, laat het los! Echt, van teveel stressen of tobben over wat je allemaal nog moet doen zul je zeker overlopen en zal er enkel nog meer stress komen. Laat het los! Een stukje zelfreflectie is hier dan wel op zijn plaats en je zult ervan leren zodat je volgende keer niet in dezelfde valkuil stapt.. Laat deze periode geen extra stress factor worden voor jou als ouder en voor je kind!

Geniet van de feesten, van je familie en van de kinderen, dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

verveling

Help mijn kind verveelt zich!?

Elke ouder of nanny herkent de volgende situatie vast wel: het is woensdagmiddag, het is stralend weer buiten en je kind hangt op de bank. Op de vraag of het kind niet iets gaat doen, volgt een diepe zucht en de mededeling: “Ik verveel me.” De daarna door de ouder of nanny aangereikte suggesties voor een activiteit worden allemaal weggewimpeld met een diepe verzuchting: “Nee, daar heb ik geen zin in.”

Bijna ieder kind verveelt zich wel eens. Dat een kind dat zich verveelt voor de ouders of nanny lastig en storend kan zijn en boosheid en irritatie kan oproepen bij anderen is begrijpelijk. Maar betekent dit dat de verveling dus opgeheven moet worden? En zo ja, moeten de ouders of nanny daar een rol in spelen?

 

Waarom verveelt een kind zich?

Dit kan een lichamelijke oorzaak hebben. We zien vaak dat kinderen de dagen voordat zij ziek worden enorm hangerig zijn en verveling hoort hier dan vaak ook bij. Maar ook gewone vermoeidheid kan leiden tot verveling. Een kind dat zich verveelt, kan ook heel passief lijken, maar ondertussen best actief zijn. Verveling in de vorm van op de bank hangen kan namelijk ook een manier zijn om de vele indrukken van een dag te verwerken of om over dingen na te denken. Een ouder of nanny die er steeds op aandringt dat het kind iets moet gaan doen of die steeds speelsuggesties doet, kan voor het kind in die situatie heel storend zijn.

Verveling kan ook een uiting zijn van boosheid en teleurstelling. Het kind wil bijvoorbeeld graag met de ouder of nanny een spelletje doen, maar deze heeft geen tijd. Of het kind had zich verheugd op het spelen met een vriendje en het vriendje blijkt niet te kunnen. Ook wanneer een kind op zijn kop gehad heeft over iets, zien we vaak dat het hierop reageert met passief gaan rondhangen. Het kind laat op deze manier zien geraakt te zijn door de boosheid en nu niets meer te willen doen.

Verveling ontstaat  meestal zonder aanwijsbare reden. Het kind weet gewoon even niets te verzinnen om te doen, zit niet zo lekker in zijn vel of heeft gewoon even zin om niets te doen. En dat moet natuurlijk ook kunnen.

Verveling kan ook een al dan niet terechte vraag om aandacht zijn. Door duidelijk naar het kind aan te geven wanneer er wel en wanneer er geen aandacht voor het kind is, kan deze vorm van verveling voorkomen worden. Iedere dag wat exclusieve aandacht voor het kind voorkomt dat het kind op minder prettige manier, zoals door verveling, om aandacht gaat vragen.

 

Hoe kun je als ouder of nanny reageren op verveling?

Wanneer een kind zich zit te vervelen, kan het goed zijn eerst eens te vragen waarom het kind zo rondhangt, zonder hier een oordeel aan te koppelen. Het kan goed dat het kind dan zelf al met een duidelijke verklaring komt zoals: “ik ben moe, ik heb ruzie met mijn vriendin, mijn bal is stuk” enzovoorts. Er kan dan samen met het kind gezocht worden naar een oplossing. Maar het antwoord kan ook zijn: “ik verveel me gewoon.” Als ouder of nanny kun je dan voorzichtig wat suggesties aandragen voor spel. Maar, zoals eerder gezegd, is het verstandig niet te snel en teveel suggesties aan te dragen en hier zeker mee te stoppen wanneer er geen ander antwoord komt dan: “nee, daar heb ik geen zin in”.

Beter is het dan om aan te geven dat het kind dan maar zelf iets moet verzinnen en daarna geen aandacht meer te besteden aan de verveling van het kind. Wanneer het kind merkt dat de ouder of nanny geen suggesties meer aandraagt, maar ook geen aandacht meer schenkt aan het kind en niet boos wordt en het kind dus enkel zichzelf raakt met de verveling, zien we over het algemeen dat het na enige tijd toch iets verzint om te doen. Hierdoor wordt je kind gestimuleerd zelf oplossingen te verzinnen voor de verveling en wordt de creativiteit en zelfstandigheid van je kind gestimuleerd.

Soms komt een kind toch gewoon niet tot spel en blijft het zich vervelen. Het beste is het dan om dit te accepteren en dit toch de verantwoordelijkheid van het kind te laten zijn. Wel belangrijk hierbij is om grenzen te stellen. Thuis rondhangen mag, maar anderen gaan vervelen, gaan lopen zeuren of klieren, rondhangen op straat, TV gaan kijken of achter de computer gaan zitten op een moment dat dit niet volgens de afspraak is, kan beter niet toegestaan worden. TV en computer zijn in feite te gemakkelijke oplossingen voor verveling. Anderen mogen geen last hebben van de verveling van het kind. Door deze grenzen te stellen leer je je kind dat het echt alleen zichzelf benadeelt met het zich vervelen en dit zal zeker een stimulans vormen om toch zelf oplossingen te verzinnen.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

kinderen en social media

Kinderen en Social Media

Social media is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden in onze maatschappij.  Ook voor onze kinderen. Er komt dus hoogstwaarschijnlijk een dag dat je kind een Facebook-, Instagram-, Twitter-, Snapchat- of ander social media account wil. De generatie ouders van nu kent in ieder geval nog een tijd zonder Facebook en Whatsapp. Maar onze kinderen hebben tegenwoordig een volledige levensgeschiedenis op social media. De gevolgen hiervan kunnen verregaand zijn. Zonder het te weten kunnen je kinderen zichzelf beschadigen door de verkeerde dingen online te delen. Daarom is het goed om je kinderen te wijzen op de eventuele gevaren en duidelijke afspraken met ze te maken.

Imago

Kinderen delen voornamelijk lieve, mooie, ontroerende, grappige of creatieve boodschappen met elkaar. Ze kunnen vrienden een hart onder de riem steken met een kort berichtje op Facebook of een grappig of mooi filmpje delen en hopen dat die veel likes oplevert. Zo bouwen ze aan hun imago. En dat laatste is met name voor de grotere kinderen heel erg belangrijk.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen vooral actief zijn op Whatsapp (89%). Daarnaast zijn Facebook (75%), YouTube (72%), Instagram (52%) en Snapchat (37,4%) populair onder kinderen. Het gebruik van social media per leeftijd is als volgt: 8 jaar: 24 procent, 9  jaar: 29 procent, 10 jaar: 49 procent, 11 jaar: 70 procent, 12 jaar: 84 procent, 13 jaar en ouder: bijna alle kinderen.

 

Vijf gevaren van sociale media waar je met je kinderen over moet praten.

  1. Het gevaar van contacten met vreemden.

Het is moeilijk om online het verschil tussen vrienden en vijanden te zien. Je kind kan zomaar benaderd worden door iemand die hij of zij helemaal niet kent. Leg uit dat niet alle mensen op social media zijn wie ze zeggen dat ze zijn. Zorg dat hun pagina’s op Facebook en Instagram niet openbaar staan, maar maak er een privé account van. Adviseer ze om alleen vriendschapsverzoeken van bekenden te accepteren. Kijk als ouder ook mee. Wordt Facebook en/of instagram vriend van je kind.

  1. Informatie delen – onthul niet te veel.

Druk je kind op het hart nooit tegen vreemden te vertellen waar hij/zij woont en op school zit of wanneer jullie op vakantie gaan. Leg uit dat dat soort informatie terecht kan komen bij vreemden met slechte bedoelingen.

  1. Pas op bij het plaatsen van foto’s.

Kinderen moeten de potentiële risico’s kennen van wat ze online plaatsen. Met name foto’s kunnen erg gevaarlijk zijn. Het is belangrijk de kinderen te laten weten dat ze beter geen foto’s sturen naar vreemden. Foto’s bevatten namelijk Exif data – informatie over de locatie en tijd die de camera of de telefoon digitaal aan de foto hecht. Iemand die een foto ontvangt kan die gegevens gebruiken om de exacte geografische locatie te bepalen van waar die foto is genomen. Op de meeste platforms worden Exif data automatisch verwijderd bij het plaatsen van een foto of video. Dit is o.a. het geval bij Facebook, Instagram, Twitter, LinkedIn en Marktplaats.nl. Toch blijft het oppassen geblazen. Los van de Exif data kan een bepaalde foto ook tegen je gebruikt worden. ‘Online shaming’ komt steeds vaker voor. Hierbij wordt een foto gebruikt van persoonlijke aard (bijvoorbeeld een naaktfoto) om iemand voor de hele school voor gek te zetten en/of te chanteren. Zo’n foto krijg je helaas nooit meer weg van internet, omdat deze vaak al snel op allerlei vage sites wordt gekopieerd of razendsnel wordt verspreid onder een groep scholieren.

  1. Social media bewaart alles voor altijd.

Leg je kinderen uit dat alles op social media ook in de toekomst zichtbaar zal zijn. Dit betekent dus dat in de toekomst universiteiten, hogescholen, potentiële werkgevers en alle anderen de foto’s kunnen zien die je nu plaatst.. Dus als ze ooit nog astronaut, profvoetballer of minister-president willen worden, kunnen ze beter opletten wat ze nu op Facebook zetten.

  1. Cyberpesten.

Praat met je kinderen over pesten en leg uit dat het misschien minder erg lijkt als dit online is, maar dat dit minstens zo erg is. Als je op school gepest wordt, ben je in ieder geval thuis nog veilig. Social media is er echter 24 uur per dag, 7 dagen per week. Als pesten zich online afspeelt is een kind nergens meer veilig.

 

Websites over veilig internet

Tien tips

Mediapedagoog Frederike Lems heeft de volgende 10 tips beschreven voor het veilig gebruik van social media onder kinderen;

  1. Heeft je kind interesse in een bepaald sociaal platform, kijk dan eerst zelf even wat het is. Goede sites voor kinderen bieden een pagina met informatie voor ouders en/of informatie over veiligheid.
  2. Voor veel sociale platforms moet je kind officieel 13 jaar zijn om een account aan te kunnen maken. Toch hebben miljoenen jongere kinderen al een account. Maak een afweging: heb je begrip voor het feit dat ‘bijna iedereen in de klas’ een account heeft of houden jullie die leeftijdsgrens aan? Het nadeel van liegen over je leeftijd is dat je bij problemen minder uitgebreid beschermd wordt door de wet. Als je ervoor kiest het wel te doen, benadruk dan dat het een uitzondering is.
  3. Start samen. Maak samen een account aan en bespreek alles wat je tegenkomt. Onderzoek samen, praat erover en vraag door, maar beslis uiteindelijk zelf. Bespreek bijvoorbeeld de privacy-instellingen. Welke informatie toont je kind aan wie? Praat ook over het toevoegen van vrienden: laat alleen mensen toe die je goed kent.
  4. Leer je kind zuinig te zijn op zichzelf. Leg uit dat als je een foto op internet plaatst, je de regie erover verliest. Je weet nooit zeker wie de foto ziet en wat diegene ermee zal doen. Maak dat concreet door hem zichzelf bij elke foto te laten afvragen: is het oké als ik die foto zou terugzien op een digibord in de centrale ruimte op school?
  5. Leg uit dat het makkelijker is om onaardig of brutaal te zijn via tekst dan in het echt. Spreek daarom af dat je kind zich bij elk bericht afvraagt: zou ik dit ook zo zeggen als ik deze persoon in de ogen keek? Bovendien lonen vriendelijke berichten: die zijn veel populairder dan berichten waarin mensen zeuren of bot zijn.
  6. Gaat het om een sociaal netwerk? Word dan zelf ook lid en vrienden met je kind, zolang hij dat toestaat.
  7. Bespreek portret- en auteursrecht. Een ingewikkeld systeem, maar er zijn kinderen die van de rechter een flink bedrag moesten betalen aan de maker. In groep 6 maken kinderen al werkstukken via internet, terwijl ze vaak niet op de hoogte zijn van deze rechten. Bij jonge kinderen kun je voorstellen om hun werkstuk niet te publiceren, dus niet te plaatsen op een openbare plek. Is je kind ouder en/of start hij met een sociaal medium, dan kun je hem meer uitleggen. Als je kind bijvoorbeeld een foto wilt plaatsen (publiceren!) waar ook iemand anders herkenbaar op staat, moet hij eigenlijk eerst toestemming vragen. Daarnaast moet je kind uitkijken met het publiceren van foto’s die hij op internet heeft gevonden, er rust namelijk bijna altijd auteursrecht op.
  8. Leer je kind reclame te herkennenen te doorzien. Bespreek wat wel en niet reclame is op de site. Mag je kind daar wel of niet op klikken? Het zijn vaak webshops, dus in feite gaat je kind winkelen.
  9. Maak afspraken over online spellendie je via social media aangeboden worden. Sommige spellen maken misbruik van het onbegrip van kinderen. Het is lang niet altijd duidelijk of iets geld kost of niet. Spreek af dat je kind jou erbij haalt als hij in zo’n situatie terechtkomt. Met veel spellen kan je kind zich lang gratis vermaken. Mocht er een situatie ontstaan waarbij je kind geld wil uitgeven, dan kun je natuurlijk besluiten dat dat niet mag. Veel kinderen zijn ook trots op hoog behaalde levels zonder geld uit te geven. Aan de andere kant: wat is het verschil tussen het kopen van een game in een speelgoedwinkel en betalen voor een toevoeging aan een online spel? Als je besluit dat je kind geld mag uitgeven, spreek dan af dat hij jou erbij haalt, zodat je zelf de betaalprocedure doorloopt. En misschien is het een goed idee dat hij (een deel van) het spel van zijn zakgeld betaalt.
  10. Vraag regelmatig aan je kind hoe het gaat en wat zijn ervaringen zijn. Probeer alles samen uit te zoeken en kennis te delen. Ook kun je op basis van de ervaringen van je kind besluiten om bepaalde regels aan te passen (aan zijn toenemende leeftijd, bijvoorbeeld).

 

Verbieden?

Als je dit allemaal zo leest, zou je als ouders geneigd zijn je kinderen te verbieden om social media te gebruiken. Echter, verbieden heeft totaal geen zin, dat werkt alleen maar stiekem gebruik in de hand. Bovendien zouden je kinderen allerlei sociale interacties missen. Social media hoort nou eenmaal bij ons leven. Laten we hier samen met onze kinderen zo verstandig mogelijk mee omgaan.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

 

opvoeden in de prestatiemaatschappij

Opvoeden in de prestatiemaatschappij

In onze prestatiemaatschappij is iedereen een marathonloper. Je zult het niet geloven, maar ook onze kinderen, hoe klein ze ook zijn! In deze prestatiemaatschappij zijn we zo gefocust op alles wat moet, dat we soms uit het oog verliezen waar het daadwerkelijk om gaat. Toch is dat wat de prestatiesamenleving voortbrengt: een leger aan Duracellkonijntjes, barstend van de ambitie, de motivatie en de drive, maar zonder duidelijke richting.

René Gude, de inmiddels overleden Nederlandse docent filosofie en een publiek intellectueel die zich regelmatig mengde in maatschappelijke discussies, sprak over een  gesportificeerde samenleving: een maatschappij waarin iedereen de vrijheid krijgt om uitmuntend te presteren. “Hier is het vooral je eigen schuld zodra je faalt. Want waarom lukt het de ander anders wel? De individuele winnaar neemt alles en is gelukkig, maar de verliezer – vaak dezelfde persoon, maar iets later – heeft niets en wordt treurig. En het aantal verliezers loopt op”, aldus Gude. “Depressie is in 2020 volksziekte nummer één.”

Ga jij als ouder mee in de prestatiedruk van de maatschappij? Welk voorbeeld geef jij aan je kind (bewust en onbewust)?

Hard werken en streven naar het beste is heus niet verkeerd, maar zullen we voortaan iets minder hysterisch doen over schoolcijfers en studieresultaten? Die zijn namelijk echt niet zo zaligmakend voor succes als we denken. Al van jongs af aan krijgen kinderen ingepeperd dat ze ‘goed hun best moeten doen op school’. De gangbare gedachte is: succes in het klaslokaal staat gelijk aan succes in het leven. Huiswerk maken, hard studeren en goede cijfers halen. Geen zesjes, maar negens en tienen. Eerst een hoge score halen op die citotoets, want daar wordt het kaf van het koren gescheiden. Vervolgens ga je voor die tienen op de middelbare school en in de collegebanken. Daar scoor je later die topbaan immers mee. In veel huishoudens ligt de focus daarom ook op het behalen van goede schoolresultaten. Nu ga ik niet beweren dat school nutteloos is. Niet dat ik persoonlijk ooit nog een staartdeling maak of een boek in het Frans lees, maar goed… mocht ik dat wel willen, heb ik die basiskennis maar mooi in the pocket.

We stomen kinderen op school en in onze opvoeding klaar voor de prestatiemaatschappij en leren ze om geen problemen te veroorzaken, te voldoen aan verwachtingen en altijd beleefd te zijn tegen de leerkracht of andere volwassenen. Maar dat zijn toch niet de vaardigheden die bepalend zijn voor succes in een volwassen leven? Er zijn genoeg kinderen die zich in het zweet werken om van een zes een acht te maken. En met hard werken om doelen te bereiken is natuurlijk ook niets mis. Maar welk doel wordt hier eigenlijk bereikt? Betekenen hoge cijfers op een lijst per definitie succes in het leven? En betekent succes per definitie geluk? Ik denk het niet, zeker als ik terug kijk naar mijn eigen schoolcarrière en wat ik uiteindelijk ben gaan doen voor de kost.

Begrijp me niet verkeerd, goede scholing is absoluut waardevol. Het is goed om een andere taal te leren spreken, wiskundige breuken op te leren lossen of iets te leren over de geschiedenis. Maar er zijn genoeg vaardigheden die essentieel zijn voor een vervuld, succesvol leven die géén onderdeel van het vakkenpakket zijn.

Een les zelfkennis bijvoorbeeld, zodat je weet wat voor soort baan nou echt bij je past. Een les in de liefde, zodat we leren hoe we goede relaties kunnen opbouwen en onderhouden.

Bovendien wordt ons door het huidige schoolsysteem vooral geleerd hoe we in het gareel horen te lopen. Maar om in het echte leven te slagen, moeten we juist soms buiten de lijntjes kleuren, zelf kritisch nadenken en tegen de stroom in durven gaan. Wanneer een kind niet goed mee kan komen op school, kan het zich waardeloos voelen en gaan denken dat het niet meetelt. Maar dat een talent niet goed tot uiting komt in het huidige schoolsysteem, betekent niet dat iemand geen talent hééft.

Natuurlijk helpt het om een diploma te hebben en algemene kennis te hebben meegekregen op school, maar feit blijft dat mensen die faalden op school niet per definitie faalden in het leven. Steve Jobs, Richard Branson, Oprah Winfrey, Jim Carey: iedereen zal het erover eens zijn dat ze succesvol zijn, maar geen van hen was de beste van hun schooljaar. Sterker nog, een aantal van hen maakten hun school niet eens af.

Naar mijn mening is het leven een grote leerschool, dus hou op met het definiëren van succes door slechts een deel te beoordelen. Mensen stoppen nooit met leren, ook al heb je de juiste papiertjes in the pocket. Focus niet te veel op cijfers en schoolresultaten, maar help kinderen hun unieke talenten te ontdekken en bekijk vanuit daar hun potentieel. Zo bouwen ze zelfvertrouwen op. En zelfvertrouwen is in het leven duizend keer meer waard dan een mooie cijferlijst.

Lees maar eens na wat zelfvertrouwen brengt: er zijn hele boeken over geschreven. Zelfvertrouwen is de basis voor een gelukkig leven, dat jij van jezelf houdt en alleen kan zijn. Dat jij weet te ontspannen en te genieten, ook van de kleine dingen in het leven. Zelfvertrouwen is een groot goed, wat wij onze kinderen niet af moeten nemen met deze prestatiemaatschappij! Laat kinderen zo lang mogelijk kind zijn en zichzelf op hun eigen tempo in een veilige en warme omgeving ontwikkelen tot een volwassen persoon, dan komt het zeker goed.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Deze website gebruikt cookies (lees hier meer) om jou de beste gebruikerservaring te geven. Ga akkoord door op 'Accepteer cookies' te klikken.