minste weerstand

De weg van de minste weerstand

Ik val maar meteen met de deur in huis: onze kinderen krijgen meestal gewoon hun zin. Hierbij wordt door de ouders dus de weg van de minste weerstand geboden. Waarom eigenlijk? Omdat wij nou eenmaal leuke, relaxte ouders willen zijn. We willen niet de hele dag “nee” en “niet doen” roepen. Daarbij willen de kinderen natuurlijk gewoonweg liever geen NEE horen. Of zijn we stiekem zo toegeeflijk omdat we niet al te veel last van de kinderen willen hebben?

“Wikipedia; De weg van de minste weerstand is een traject van A naar B dat minder energie kost dan andere mogelijke trajecten van A naar B. Het idee wordt als verklaring voor natuurlijke fenomenen gebruikt, maar ook als metafoor voor menselijk gedrag. Als er verschillende manieren zijn om iets te bereiken, maar eentje kost het minste moeite, dan wordt deze manier weleens ‘de weg van de minste weerstand’ genoemd. In de natuur zien we een dynamisch systeem vaak ‘de weg van de minste weerstand’ nemen. Bijvoorbeeld als regenwater van een berg naar de zee stroomt.”

Gefeliciteerd! Zwemmen met de stroom mee is inderdaad de weg van de minste weerstand. En dat is precies die weg waarmee je het verst komt!

We kiezen vaak voor doorzetten, terwijl we eigenlijk moeten loslaten. Waarom doen we dat dan niet? Is de weg van de minste weerstand de gemakkelijkste weg – of is het de slimste weg? Is loslaten een teken van falen of juist een teken van succes? Wij opvoeders kampen allemaal met dit “probleem” bij het opvoeden van onze kinderen. Het is goed om hierover te sparren met andere ouders. Ook zij lopen hier hoogst waarschijnlijk vroeg of laat tegenaan.

 

Wat is de beste manier om je doel te bereiken?

Kijk eens om je heen naar de volwassenen in je omgeving. De meeste mensen zijn hard bezig om hun leven te verbeteren. Ze doen hun uiterste best – op hun eigen manier – om hun doelen te bereiken en zich daardoor gelukkiger te voelen. En wat gebruiken ze daarvoor? Vooral hun doorzettingsvermogen. Dit voorbeeld geven wij allemaal door aan onze kinderen.

Veel ouders en opvoeders kiezen voor de “traditionele manier” van opvoeden van de kinderen. Ze zeggen: “Niet zeuren, maar doorgaan. Je moet hard werken om iets te bereiken. Je moet je handen uit je mouwen steken. Opgeven is voor losers. Echte winnaars geven nooit op.” Maar is dat wel de beste manier om je doel te bereiken? En geven wij hiermee wel het juiste voorbeeld en het juiste signaal af aan onze kinderen?

 

Doorzetten of loslaten?

De keerzijde van bovengenoemde aanpak is dat we daarmee ongelooflijk veel kansen laten liggen. Het mooie aan onze kinderen is namelijk, dat zij die kansen nog wel zien liggen en daarom tegen de stroom in durven gaan. Wellicht komt het daardoor dat kinderen het lastig vinden om “NEE” te horen. We negeren hierdoor manieren waarop we sneller en met meer gemak onze doelen kunnen bereiken. We blijven doorzetten in situaties die ons niet meer gelukkig maken. We onderhouden relaties die we beter kunnen loslaten. Kortom: doorzetten is niet per definitie slim. Soms is het wijzer om los te laten.

Nu is loslaten ontzettend moeilijk voor de meeste mensen. Loslaten wordt ons in feite namelijk door niemand geleerd. We krijgen er in onze opvoeding nagenoeg niets over te horen. We hebben er nooit mee geoefend en vinden het daarom heel moeilijk. Toch merken ouders met kinderen in de puberteit op een gegeven moment dat het juist een groot goed is om zaken los te laten. En dat het juist heel gezond is om de puber steeds meer de eigen weg te laten bewandelen.

Waarom is de weg van de minste weerstand vaak de beste weg?

  1. Het kost de minste moeite.

Wij hoeven niet meer te worstelen of krampachtig vol te houden als opvoeders! Zie het als zwemmen in de modder: Hoe hard je het ook probeert, hoe goed je er ook in wordt, het is nooit zo gemakkelijk als zwemmen in water. Nooit! Dus het feit dat iets makkelijk is – dat het vanzelf gaat, dat het natuurlijk voelt – dat is juist het bewijs dat je op de goede weg bent!

  1. Het geeft de meeste vreugde.

Logisch, want de weerstand en krampachtigheid stopt – en pas dan kan er vreugde en plezier naar boven komen. Hiermee komt er ontspanning binnen het gezin en dat is voor ieder gezinslid van grote waarde. Het is toch heerlijk als je mèt de stroom meezwemt? Dan voel je: “Ja, dit gaat lekker – dit vind ik leuk!” Waarom zou je jezelf die vreugde ontzeggen?

  1. Het past bij je.

De reden dat dingen makkelijk gaan en je gelukkig maken, is dat ze bij je passen. Durf in de spiegel te kijken: onze kinderen zijn de levensgrote spiegels van onszelf! Kinderen zijn nog puur en hebben geen dubbele agenda’s. Vertrouw dus meer op wat het kind beweegt!  Mij maakt het bijvoorbeeld gelukkig om lekker te gaan lunchen en te sporten. Misschien hou jij meer van een concert of een boek. Wat maakt het uit? In ieder geval weten we dat het ons gelukkig maakt! Wat willen we nog meer?

Doe wat bij je past en laat de rest los.

Hoe herken je de beste weg?

Je weet onmiddellijk welke keuze de beste weg is. Dat is die keuze die je weinig moeite kost, je veel plezier geeft en helemaal bij je past. Het is niet zo moeilijk om daarachter te komen, toch? Dàt is de weg van de minste weerstand. Dat is de weg die je het gelukkigst maakt. Op die weg ervaar je energie, plezier, vreugde, geluk, en ontspanning. Het wordt vaker gezegd in opvoed land; “Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen”. Kies de juiste weg in het begeleiden en opvoeden van de kinderen, wil niet alles 100%.  Dat is de weg van gelukkig leven, samen met onze kinderen en met jezelf!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

Luisteren!

Hoe gemakkelijk zou het zijn als onze kinderen altijd naar ons zouden luisteren! Het zou heel wat frustratie voorkomen. Maar luisteren is lastig. Geen enkel kind luistert altijd, maar ook volwassenen hebben hier een handje van. Ik betrap mijzelf er eerlijk gezegd ook op en zelfs in het begeleiden en opvoeden van onze eigen kinderen luister ik echt niet altijd… Hoe vaak ik niet tegen onze meiden zeg: “Mama is even bezig. Als ik klaar ben, kom ik naar jullie toe, o.k.?” Herkenbaar, toch???

Wij mensen willen graag zelf dingen bepalen, zo ook onze kinderen, en dat is maar goed ook. Dicht bij jezelf blijven is belangrijk, en het is goed om dat over te brengen op onze kinderen. Zij moeten echter nog veel leren en daar willen wij als ouders ze natuurlijk bij helpen. Het is een feit dat kinderen je soms echt niet horen. Ze kunnen nog helemaal onbevangen in het hier en nu zijn, volkomen in beslag genomen door wat ze op dat moment aan het doen zijn. Om jaloers op te worden eigenlijk! Denk dus niet te snel dat hij of zij je niet wil horen. Een dergelijke negatieve gedachte roept doorgaans een reactie van irritatie of ongeduld bij je op, waar je vervolgens niet veel mee opschiet. En je kind uiteindelijk ook niet!

 

Actief luisteren

is een term uit de klinische psychologie, later toegepast op de communicatiewetenschap. Bij het actief luisteren gaat de luisteraar expliciet na of hij de boodschap (inhoud én gevoel) van de spreker begrepen heeft. Het doel van actief luisteren is wederzijds contact te verbeteren. Vooral het gevoel echt begrepen te worden, zonder meteen beoordeeld te worden, is belangrijk. De Amerikaanse psycholoog Carl Rogers heeft het actief luisteren voor het eerst als techniek beschreven als onderdeel van de cliëntgerichte psychotherapie. Actief luisteren is een van de belangrijkste onderdelen geworden in de opvoedings- en communicatiemethode van de Amerikaans klinisch psycholoog Dr. Thomas Gordon (leerling, later collega van Carl Rogers), die hij vanaf 1962 ontwikkelde.

 

Luisteren bestaat uit

belangstelling tonen, iemand de ruimte geven zijn verhaal te doen, laten merken dat je luistert, vragen stellen en feedback geven. Luisteren lijkt vanzelfsprekend, maar kun jij het goed? Het is zeker de moeite om hier eens op te gaan letten. Zoals ik al eerder aangaf: wij als volwassenen luisteren ook niet altijd even aandachtig of goed.

Hieronder vind je zeven tips die je kan gebruiken om je kinderen beter te laten luisteren.

1.   Maak contact. Voordat je een opdracht geeft of een vraag stelt, maak contact met je kind. Loop naar je kind toe, tik het even aan of noem zijn of haar naam. Wacht met je opdracht of vraag totdat je contact hebt. Geef een positieve draai aan het contact door je kind te bedanken als je eenmaal contact hebt. Doe dit nog voordat je je vraag of opdracht geeft. Bijvoorbeeld door te zeggen: “Fijn dat je even luistert” of “Bedankt dat je naar me kijkt”.

2. Verwoord het gewenste gedrag. Benoem het gedrag dat je graag wilt zien van je kind. In plaats van te zeggen wat je niet wilt zien. Dat is duidelijker voor kinderen en komt positiever over. Dus bijvoorbeeld: in plaats van “niet rennen!” -> “rustig lopen op de trap”.

3. Wees specifiek. Benoem zo duidelijk mogelijk wat je van je kind verwacht. Een “straks”, “soms” of “misschien” is te vaag voor kinderen. Als je kind iets niet helemaal snapt, is het erg lastig voor hem om het uit te voeren. Hoe specifieker je bent, hoe beter kinderen weten wat je bedoelt.

4. Leg uit en vertel de positieve consequentie. Door uit te leggen waarom iets belangrijk is, snapt je kind waarom iets van hem of haar verwacht wordt. Daarnaast kun je de positieve consequentie van het gedrag vertellen. Dit werkt beter en voelt fijner dan dreigen. Kinderen snappen dan waarom iets belangrijk is om te doen. Bijvoorbeeld: “Het is belangrijk om elke dag je tanden te poetsen, zodat je geen gaatjes krijgt.” Of: “Als je nu opschiet dan is er zo nog tijd voor een (extra) verhaaltje.”

5. Praat op ooghoogte. Een kind voelt zich dan minder geïntimideerd. Zeker als je kind gevoelig is voor autoriteit werkt dit goed. Je hebt dan op een gelijkwaardige manier contact.

6. Geef zelf het goede voorbeeld. Luister zelf goed naar je kind. Kinderen leren veel van het voorbeeld wat ze krijgen. Vooral van jou als vader of moeder. Ze kijken tegen je op en kinderen kopiëren gedrag. Dus begin zelf met luisteren naar je kind. Probeer te stoppen met wat je doet en luister met aandacht naar wat je kind echt zegt.

7.  Wat zit er achter? Bekijk hoe het komt dat je kind niet luistert. Wat maakt het luisteren moeilijk? Is het te druk? Hoort je kind je wel? Is de regel of opdracht te onduidelijk? Is je kind moe? Heeft het honger of dorst? Als wij zelf te moe zijn of te hongerig dan lukt luisteren ons ook niet meer. Je kind dus ook niet.

Als kinderen niet luisteren, doen ze dit meestal niet omdat ze niet willen luisteren. Kinderen willen in principe graag dat ouders trots op ze zijn. Probeer ze dus te helpen met luisteren.

Veel succes met het toepassen van de tips!

Heb je feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

vakantie nannybemiddeling

Vakantie

Over het onderwerp vakantie heb ik al eens eerder geschreven. Ik besloot er toch weer een nieuwe blog aan te wijden, want je kunt er op verschillende manieren bij stilstaan. Lees daarom ook mijn eerdere blogs over dit onderwerp eens rustig door: ‘Vakantiestress’ en ‘Vakantie wat nu’.

De meeste mensen leven echt naar de vakantie toe; eindelijk onze welverdiende rust. De vakantie wordt vaak ruim van te voren gepland en we denken er vooraf goed over na: wat willen we gaan doen, waar gaan we heen en is het ook leuk voor onze kinderen?? Het is nu alweer bijna zover… over twee weken hebben de kinderen in onze regio zes weken zomervakantie. Er wordt steeds meer met elkaar gesproken over wederzijdse vakantieplannen en je merkt dat men er heel veel zin in heeft.

Vakantie moet leuk, ontspannen, gezellig en mooi zijn en vooral moet iedereen er van genieten. Maar is vakantie hebben altijd leuk, ontspannen, gezellig en geniet iedereen van het gezin eigenlijk wel?? Op social media zien we aan de prachtige foto’s en filmpjes hoe gezellig, ontspannen en mooi onze vakantie was en hoe wij allemaal genoten hebben. Bijna nergens zien of lezen we de “negatieve ervaring”. Dat is nou eenmaal veel minder leuk om te delen. Maar negatieve ervaringen zijn er natuurlijk ook!

Opeens moeten wij namelijk als gezin twee of zelfs meerdere weken bovenop elkaars lip zitten. En we moeten alles in die weken stoppen: ieder gezinslid moet het optimale uit de vakantie halen en bovenal moeten wij allemaal uitgerust zijn, zodat wij na de vakantie weer vol nieuwe energie kunnen starten aan het nieuwe schooljaar, het werk of de studie. Dat is een hoop “moeten”…

En wat een drukte is het toch altijd voor je op vakantie kunt vertrekken… het afronden van je werk, de jaarafsluiting van school, de sportclubs en alles wat daarbij komt kijken, wassen, strijken, inpakken. Ik ben de eerste dagen van mijn vakantie altijd doodmoe! Gezellig en leuk doen is dan toch lastig, het liefst slaap ik gewoon even rustig bij. Maar dat kan natuurlijk niet, want als goede moeder wil ik er voor onze kinderen zijn. Maar onze kinderen zijn ook moe en ook eigenlijk helemaal niet zo gezellig. Eigenlijk is er niemand echt aan het genieten. Dat is toch bijzonder, want op vakantie ”moet” er toch door alle leden van het gezin genoten worden???

Dan heb ik het nog niet over de autorit er naar toe, de stop momenten, de tent opzetten of het vakantiehuisje inrichten, iedereen die zijn eigen plekje zoekt op de nieuwe tijdelijk locatie. De boodschappen die gedaan worden, het verkennen van de vakantielocatie, het nog geen vriendjes en/of vriendinnetjes hebben, het meteen naar het zwembad of de zee willen vertrekken van de kids….. Pff volgen jullie mij nog over hoe leuk vakantie “moet” zijn?? En dan zie je al die fijne vakantiefoto’s op social media en je hoort de geweldige vakantieverhalen van bekenden waar iedereen zo lijkt te genieten. Ik krab me dan toch even achter mijn oren…

Binnen ons gezin maken we voor vertrek altijd duidelijke afspraken met elkaar, zodat de reis voor iedereen ontspannen kan verlopen. Iedereen heeft zijn eigen plekje op onze vakantielocatie, waarbij iedereen bij aankomst de eigen tijd en ruimte krijgt om dit plekje in orde te maken. Boodschappen doen is een van de eerste ontspannende uitstapjes, waarbij de regel geldt, wie mee wilt mag mee. Dit heeft het resultaat dat wij altijd gezamenlijk boodschappen doen. Daarbij lopen wij op ons gemak alle gangen door en kiezen wij gezamenlijk wat er gekocht wordt. Omdat de kids hun zwemdiploma hebben, kunnen ze bij terugkomst zelf gaan zwemmen en wij kunnen dan rustig de boodschappen uitpakken.

Maar na een paar dagen uitgerust te hebben, komen er ondanks de afspraken en alle goede intenties toch irritaties. En elke keer zeg ik het weer: dit is niet gek, want opeens zitten wij met zijn allen boven op elkaars lip. En dan wordt er ook nog verwacht dat het leuk, gezellig, mooi en ontspannen moet zijn. Wat een druk geeft dat ideaalbeeld ons eigenlijk! Thuis woon je natuurlijk ook met z’n allen in een huis, maar daar draait iedereen zijn eigen programma: werk, school, huishouden, vriendjes. Wij als gezin bespreken dit regelmatig met elkaar. Dat kan ook, omdat onze kinderen nu groot genoeg daarvoor zijn. Deze gesprekken geven ons mooie inzichten en het klaart de lucht op momenten van irritatie. Wij merken trouwens dat het zeker niet altijd begrepen wordt als wij eerlijk aangeven dat de vakantie heerlijk was, maar dat het af en toe even niet zo fijn was.

De tijd dat de kinderen zo klein zijn dat ouders alles voor ze bepalen, is relatief kort. Daarna volgt er een tijd van het langzaam loslaten van je kind. Denk daarbij aan zelf een ijsje laten kopen tot alleen naar het zwembad laten gaan. Daarna komt de puberteit die weer andere balansen geeft in een gezin. En daarna komt het “alleen op vakantie gaan van jouw kind”! Opeens breekt de tijd aan dat wij als ouders, weer samen “alleen” zonder de kids op vakantie gaan. Hoe snel dit gaat, beseffen wij ons allemaal niet, maar de tijd vliegt en daarom roep ik nu maar heel erg hard: geniet van alle mooie en ook minder mooie momenten van je kind of kinderen. Ze zijn zo snel groot. Het is cliché maar zo waar…

Ik wens iedereen een fijne vakantie toe met even helemaal niets en geniet vooral van elkaar!

Heb jij feedback of tips voor de vakantiestress? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

schaamte nannybemiddeling

Schaamte

De meesten van ons trekken zich in meerdere of mindere mate iets aan van wat anderen vinden. Of wat we denken dat anderen zullen vinden. Of het nu gaat over hoe je eruit ziet of wat je zegt: iets in ons houdt zich bezig met wat anderen zullen denken. In het opvoeden is dat niet anders.

Iedere ouder wil graag een goede opvoeder zijn. Je hoopt dus altijd, dat je kinderen zich buiten de deur goed gedragen, zodat anderen zullen vinden dat het leuke kinderen zijn en dat jij het goed doet, toch?

Daar komt het vaak onbewuste ideaalplaatje weer om de hoek kijken. Je wilt toch wel graag de goede opvoeder zijn, die zijn kind onder controle heeft, rustig blijft en weet wat hij moet doen. Het ergste is wel, dat mensen kunnen denken, dat je je kind niet in de hand hebt en dat hij over je heen loopt. Klopt?

 

Voor schut

Schaamte is een rotgevoel. Bij schaamte wil je het liefst door de grond zakken, wegkruipen in een klein hoekje of heel hard wegrennen. Het is bijna letterlijk pijnlijk. Je bent bang dat mensen je uitlachen, je stom of dom vinden. Sommige mensen gaan ook blozen als ze zich schamen. Dat is niet fijn, want daar kunnen ze zich dan ook weer voor schamen. Maar mensen kunnen ook heel boos worden van schaamte, of zelfs agressief. In plaats van stilletjes weg te lopen als ze bijvoorbeeld een rode kaart krijgen van de scheidsrechter voor een gemene overtreding, zetten ze een grote mond op. Of nog erger: ze vliegen hem aan. Net als bij spijt draait het bij schaamte vaak om iets wat je niet wilde. Maar niet bij alles waar je spijt van hebt, voel je ook schaamte. Spijt kun je hebben als je het klassenfeest hebt gemist waar al je klasgenoten de volgende dag over praten, omdat het zo gezellig was. Maar daar hoef je je niet voor te schamen. Schaamte voel je alleen als dat wat er gebeurd is jou voor je gevoel ‘voor schut’ zet. Je voelt je slecht over jezelf. Anderen zagen je zoals je niet wilt zijn. Je zelfbeeld heeft een deuk gekregen.

 

Jong geleerd!

Niemand heeft zijn kind 100% in de hand. Uiteindelijk kun jij niet bepalen wat je kind wel of niet doet. Of het nu binnen- of buiten de deur is. En dat is maar goed ook.

En toch…. Ook al realiseren we ons dit, toch zit het ergens in ons systeem. En steekt het de kop op als je een probleem hebt met je kind of als je kind ongewenst gedrag vertoont. En des te meer als daar anderen bij zijn. Ik denk dus dat de meeste ouders weleens last hebben van valse schaamte. Of bang zijn dat een ander hen zal afkeuren als ouder. Bewust of onbewust. Maar het ene kind is het andere niet en het ene kind is nou eenmaal net iets moeilijker in zijn gedrag dan het andere. En het feit, dat je bepaald gedrag niet acceptabel vindt, wil nog niet zeggen, dat jouw kind het niet doet!

Kleine kinderen kennen nog geen schaamte. Sommigen gaan gewoon midden in de supermarkt krijsend op de grond liggen trappelen van woede als papa geen koekjes koopt. Dat komt omdat je als kind eerst een zelfbeeld moet krijgen. Bij welke leeftijd dat precies gebeurt, is niet duidelijk. Sommige psychologen denken dat kinderen van 1 of 2 jaar zich al kunnen schamen; anderen denken dat dit pas kan vanaf 6 of 7 jaar. Jonge kinderen schamen zich vooral tegenover hun ouders. Van hen leren kinderen immers wat normaal is en wat niet, wat hoort en wat niet hoort. Dat verandert in de puberteit. Dan schamen kinderen zich vooral tegenover hun vrienden, de groep waar ze graag bij willen horen. Schaamte om anders te zijn, kan zo groot zijn dat je een ‘meeloper’ wordt. Je doet dingen die je zelf eigenlijk niet goed vindt, maar je wilt graag bij je groepje blijven horen en geen sukkel of watje zijn.

Schaamte zorgt ervoor dat je voldoet aan de heersende normen. Dat je je ‘gedraagt’. Maar schaamte doet meer.

 

Als je je schaamt, probeer je dus wat goed te maken!

Blaas je een valse noot tijdens een optreden van je orkest en draaien alle hoofden jouw kant op, dan wil je het liefst door de grond zakken. Maar dat gaat niet, dus doe je extra je best om de rest foutloos te spelen. Bedenk dat niet alle schaamte terecht is. Je schamen voor dingen waar je niets aan kunt doen, is niet nodig. Schaam jij je voor die flaporen? Voor weer een onvoldoende die jouw kind heeft gehaald? Moet jouw kind die oude spijkerbroeken van zijn of haar neef dragen? Grote kans dat anderen vooral een vrolijk gezicht zien en een leuke klasgenoot met een eigenwijze smaak. Je moet jezelf niet voortdurend inprenten dat je niet goed genoeg bent. Iedereen mag er zijn met zijn eigen voorkeuren. Durf jezelf te laten zien!

 

Wij hebben het allemaal!

Ik sprak hier jaren geleden eens over met een paar deelnemers van een workshop die ik toen gaf. Ze gaven eerlijk toe, dat het lastig is om te zeggen dat je naar een opvoedcursus gaat. Want dan kan de ander denken: “O, heb jij dat nodig dan? Is er iets mis bij jou thuis?”.

Want samenhangend met het (onbewust) ideaalplaatje is er ook de overtuiging, dat je het gewoon zou moeten kunnen. En in zekere zin is dat ook zo. Iedereen kan in principe wel een kind grootbrengen. Maar de vraag is hoe. Gun jij je kind het beste? Wil jij je kind optimaal steunen in zijn of haar ontwikkeling? Wil jij genieten van je gezin, ook als dat niet vanzelf lukt?

Zoals één van die deelnemers toen ook zei: “We zouden er eigenlijk juist trots op moeten zijn, dat we dit doen voor onze kinderen”.  En zo is het maar net. Ik heb respect voor alle ouders die moeite en tijd en soms ook geld investeren om het thuis beter te laten lopen. Omdat ze vinden dat hun kind het waard is.

Dus daar mag jij jezelf ook om waarderen, hoe moeilijk het af en toe misschien ook gaat. En leren is ook altijd oefenen, en gaat vaak gepaard met vallen en opstaan. Maar je doet het tenminste!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Waarom zijn er regels?

Regels!

Ik ben op dit onderwerp gekomen omdat ik zo moe word van alle regels en dan vooral van hoe velen zich er niet aan lijken te houden. Als moeder vind ik het dan lastig om aan onze dochters duidelijk te maken dat regels er echt niet voor niets zijn. Waarom maken wij regels en afspraken met elkaar, als wij er ons vervolgens toch niet aan houden?!

Als opvoeder zorg je ervoor dat je kind gezond opgroeit en dat het beschermd wordt tegen gevaar. Het is hierbij belangrijk dat het kind ook van uitdagende situaties leert. Wanneer je een grens of regel invoert, is het goed hierbij steeds bij jezelf na te gaan of je dit doet in het belang van het kind of in je eigen belang. Regels invoeren voor je eigen belang is uiteraard prima en kan in sommige gevallen zelfs een goed hulpmiddel zijn. Het is echter goed om je ervan bewust te zijn dat regels meestal beter door kinderen worden opgevolgd als ze in hun belang zijn. Tenzij je het met straffen wilt afdwingen; dan zul je op korte termijn succes hebben, op de middellange termijn verzet en op de lange termijn ondermijning…

 

Waarom zijn er regels?

Regels zijn basisnormen waar een kindje zich aan moet houden. Het kan gaan om algemene gedragsregels die gelden in de sociale omgang met anderen (niet schoppen en slaan), maar ook om bijvoorbeeld huisregels die jij als ouder of opvoeder zelf hebt bedacht. Ook in onze maatschappij zijn er afspraken gemaakt door middel van wetten en regels.

Leuk om te weten: Tot de leeftijd van anderhalf jaar heeft het geen zin om regels op te stellen. Dreumesen zijn te jong om regels te begrijpen. Daarna zijn regels wel belangrijk in de opvoeding en zelfs noodzakelijk. Je kindje heeft regels nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Door regels op te stellen, maak je voor een kind duidelijk wat de grenzen zijn waarbinnen hij zich kan bewegen. Dat zorgt voor houvast en een gevoel van veiligheid. Dankzij heldere regels en grenzen snapt een kind wat je van hem verwacht en hoef jij minder vaak boos te worden. Dat geeft hem zelfvertrouwen. Grenzen en regels zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van een kind, omdat hij leert dat er een consequentie volgt als hij ze overtreedt. Je kindje wordt er zelfstandig van. Hij leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag, en snapt dat er bepaalde basisregels bestaan in de omgang met anderen.

 

Overtreden van de regels

Als ouder/opvoeder is het soms verleidelijk om toe te geven en het kind zijn zin te geven. Voor een kind is dit echter verwarrend. Als hij iets de ene keer wel mag en de andere keer niet, kan hij daar onzeker van worden. Het gevolg is dat hij nóg vaker de grenzen gaat opzoeken, om maar duidelijkheid te krijgen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. Het is daarom belangrijk om regels consequent toe te passen. Overtreedt een kind de regels, dan kan er op verschillende manieren gereageerd worden door jou als ouder/opvoeder:

  • Richt de aandacht op iets anders dan het gedrag. Vaak stopt het ongewenste gedrag dan vanzelf.
  • Negatieve aandacht is ook aandacht. Je hoeft er niet altijd bovenop te zitten als het kind een regel overtreedt. Het kan ook werken om negatief gedrag te negeren en de andere kant op te kijken. Voor de meeste kinderen is de lol er dan al snel af. Andersom is het belangrijk om goed gedrag zoveel mogelijk te belonen.
  • Streng toespreken. Zorg dat je op kind-hoogte contact maakt, kijk het kind in de ogen en zeg kort en duidelijk (met een ferme stem) dat wat hij doet niet mag. Zeg ook waarom het niet mag en leg uit hoe hij het de volgende keer wél moet doen.
  • Apart zetten. Het kan helpen om een kind één time-out te geven. Je zet hem bijvoorbeeld even apart op een stoel en geeft een minuut geen aandacht. Blijft hij rustig zitten, dan mag hij opstaan en verder spelen. Zo niet, dan herhaal je de time-out.
  • Voor bepaalde vormen van negatief gedrag kun je een passende straf bedenken. Je pakt bijvoorbeeld speelgoed af of je ontzegt het kind een uitje naar de dierentuin.

 

Let er bij het handhaven van de regels altijd op dat je alleen het gedrag van het kind afwijst. Zeg nooit Wat ben je toch een vervelend kind, maar richt je op wat er gebeurt: Je mag niet met eten gooien.

Houd bij het bedenken van de regels de volgende tips in je achterhoofd: 

  • Maak het huis veilig. Beveilig de stopcontacten, zet schoonmaakmiddelen op een plek waar een kind niet bij kan en zorg dat er geen breekbare voorwerpen (zoals vazen) op ooghoogte staan. Zo voorkom je dat je de hele dag ‘nee’ aan het roepen bent of straf moet uitdelen.
  • Stel niet te veel gedragsregels op. Kinderen zullen ze niet allemaal kunnen onthouden en voor jou is het moeilijk ze allemaal te handhaven. Een stuk of vijf, zes regels is voldoende.
  • Stel alleen regels op over dingen die jij belangrijk vindt. Het kan best zo zijn dat jouw kind wel met zijn eten mag spelen en zijn buurjongetje niet. Hanteer geen regels alleen omdat andere ouders of opvoeders het ook doen, want dan wordt het moeilijk om consequent te blijven.
  • Formuleer de regels positief. Probeer het woordje ‘niet’ te vermijden. Zo klinkt ‘Netjes eten’ positiever dan ‘Je mag niet knoeien’.
  • Geef het goede voorbeeld. Als je kindje moet blijven zitten tijdens het eten, let er dan eens op of je dat zelf ook doet. Vaak sta je (onbewust) op van tafel, bijvoorbeeld omdat je nog iets moet pakken, de deurbel gaat of omdat je naar de wc moet. Als je inzicht krijgt in je eigen gedrag, kan je beter begrijpen waarom sommige regels moeilijker te volgen zijn voor je kindje dan andere.
  • Wees geduldig. De meeste kinderen hebben tijd nodig om aan een regel te wennen. Herhaal de regel dus vaak en houd vol.
  • Bedenk of de regels haalbaar zijn. Een regel moet passen bij de leeftijd van het kind. Je peuter kan nog niet in zijn eentje al zijn speelgoed opruimen, daar heeft hij hulp bij nodig.

 

In de spiegel kijken

Opvoeden is lastig. Het maakt je als ouder/opvoeder kwetsbaar. Elke ouder en opvoeder kent de “regels” en vindt het belangrijk om deze over te brengen op hun kinderen. Zoals hierboven beschreven, leren wij onze kinderen door ons eigen gedrag onbewust ook dat regels er zijn om soms van af te wijken of zelfs om je er niet aan te houden. Volwassenen beseffen vaak niet dat ze het hierdoor ingewikkeld maken voor de kinderen. Een kind zoekt voortdurend de grenzen op en probeert regels te overtreden. Dit doet hij niet om je plagen, het is simpelweg de manier waarop hij leert. Wij als ouder/opvoeder zijn vaak het eerste voorbeeld voor het kind bij het opvolgen van regels. Kijk eens naar de regels of afspraken die er zijn gemaakt door jou als ouder of opvoeder en waar jij zelf van afwijkt. Zelf het goede voorbeeld geven, zal je kind helpen bij het opvolgen van regels en afspraken. Dus kijk eens in de spiegel….

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

jongensbril

Kijken door een jongensbril

Jongens en meisjes zijn anders in hun gedrag. Daar is iedereen het waarschijnlijk wel over eens. Jongens kunnen vaak niet stilzitten, zijn continu met elkaar aan het stoeien en kunnen ook behoorlijk klieren. En jij als ouder of nanny moet dan de politieagent uithangen. “Niet doen, blijf zitten, houd daarmee op.“ Herkenbaar? Vast wel! Jongens willen dóen, zijn onrustiger en voetballen graag. Meisjes willen gezellig kletsen, knutselen en tutten. Natuurlijk zijn er ook knullen die graag knutselen of tekenen en meiden die het liefst elke dag in een boom klauteren, maar generaliserend gezegd: in de praktijk is er verschil, vooral vanaf de basisschool-leeftijd.

Zijn jongens de afgelopen jaren lastiger geworden, of hebben wij, de maatschappij, opvoeders en onderwijzers, zelf steeds meer last van “jongensgedrag”? En wat vinden die jongens er eigenlijk zelf van?

Jongens willen experimenteren, verkennen en grenzen opzoeken. Jongens gooien een stuk klei tegen het plafond om te kijken of het blijft plakken en proberen zo hoog mogelijk in een boom te klimmen.

Jongens worden vaak als lastig gezien omdat ze druk zijn, lawaai maken, niet kunnen stilzitten en alles kapot maken. Maar zijn jongens nou echt zo lastig? “Nee”, vindt Lauk Woltring, gedragsdeskundige die gespecialiseerd is in het gedrag en de ontwikkeling van jongens. “Lastig is iets wat je in een relatie ervaart. Je kunt last hebben van het lawaai dat een jongen maakt. Of van zijn drukke gedrag. Maar jongens ‘zijn’ niet lastig. Het etiketje ‘lastig’ komt meestal van vrouwen. In zijn jonge leven komt een jongen nogal wat vrouwen tegen: in de kinderopvang, in het basisonderwijs. En van zijn ouders is zijn moeder vaak het meeste thuis.”

 

Jongens zijn geen meisjes

Vrouwen (meisjes) zitten nu eenmaal anders in elkaar dan mannen (jongens). Dat kan soms zorgen voor vervelende situaties of conflicten. Moeders hebben bijvoorbeeld de neiging om hun zoons alsmaar af te remmen en in te perken. Als je iets meer begrip hebt voor de verschillen tussen de twee geslachten, kun je beter met dit soort situaties omgaan en je zoon, de mogelijkheid geven om zich evenwichtiger te ontwikkelen.

Aan de buitenkant kun je zien dat jongens er anders uit zien dan meisjes. Kinderen ontdekken dat al als ze heel jong zijn. Maar er zijn meer verschillen. Niet alleen de buitenkant verschilt, ook de binnenkant!

  • Jongens hebben meer testosteron in hun lijf en dat heeft grote gevolgen voor hun binnenkant.
  • Testosteron maakt jongens energieker en beweeglijker. Kijk maar eens in een klas kinderen en let op de jongens die altijd stoeien en fysiek met elkaar bezig zijn.
  • Testosteron zorgt voor een andere rijping in de hersenen die leidt tot een verschil in cognitieve, fysieke en emotionele ontwikkeling bij jongens en meisjes.

 

Jongens houden van doen

De hoeveelheid testosteron heeft dus gevolgen voor het gedrag van jongens en daardoor zullen ze zich in de regel meer fysiek uiten dan meisjes.

  • Jongens zoeken uitdagingen, willen presteren, oplossen en houden van onderzoekend leren door trial en error.
  • Ze kunnen moeilijk stilzitten en zich concentreren in de klas, wat op school tot problemen of frustratie kan leiden bij een jongen of zijn leerkracht.
  • Ze stoeien veel met elkaar omdat ze op die manier hun plek in de sociale orde ontdekken en vaststellen. Volwassenen hebben nogal eens last van dit drukke jongensgedrag.
  • Ze meten zich graag met elkaar op allerlei vlakken en daarbij houden ze van regels en eerlijkheid. Daarin kunnen ze soms behoorlijk doorslaan wat kan leiden tot obsessief gedrag.
  • Ze hebben minder oog voor veiligheid en risico’s en hun remming (inhibitie) ontwikkelt zich anders dan bij meisjes. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden.

 

Jongens zijn gevoelig

Jongens zijn behoorlijk gevoelig en dat herkennen veel moeders bij hun zoon.

  • Jongens hebben een fysieke en vaak intuïtieve gevoeligheid voor hun omgeving, stemmingen of emoties.
  • Ze kunnen moeilijker over gevoelens praten dan meisjes, terwijl dat wel van ze verwacht wordt.
  • Ze reageren vaak impulsief en intuïtief op gevoelens met externaliserend gedrag zoals slaan, schoppen of een brutale mond. Door die fysieke ontlading raken ze nare gevoelens sneller kwijt.
  • Ze zijn extreem gevoelig voor kritiek en sluiten zich snel af bij negatieve feedback. Bij complimenten groeit hun zelfbeeld want ze willen heel graag de beste, liefste of grootste zijn.
  • Ze geven niet zo gemakkelijk complimenten, want daarmee degraderen ze zichzelf in de sociale rangorde.

 

De jongensmanier

Kennis over de verschillen tussen jongens en meisjes kan ouders, opvoeders, nanny’s en leerkrachten helpen een kind te zien zoals het werkelijk is en te zoeken naar passende oplossingen bij problemen. Daarbij kun je slim gebruik maken van jongenskwaliteiten zoals:

  • bewegen
  • uitproberen
  • experimenteren
  • onderzoeken
  • fantaseren
  • creativiteit
  • abstract denken.

 

Tip

Met name in het basisonderwijs en de kinderopvang komen kinderen voornamelijk in aanraking met leidsters en vrouwelijke leerkrachten. Met de moeizame schoolcarrière van haar eigen zoon als rode draad, onderzoekt Katinka de Maar, filmmaker & ontwikkelaar van educatieve formats, hoe jongens op de basis- en middelbare school hun weg proberen te vinden en kijkt ze naar het grotere geheel: kunnen jongens nog wel echte jongens zijn in de hedendaagse maatschappij? Een echte aanrader is de film die zij hierover heeft geproduceerd: “De echte jongens film”.

 

Onbewuste rol van ouders

Even heel zwart-wit: in de peutertijd spelen meisjes binnenshuis vadertje en moedertje en jongens trekken erop uit en verbouwen de boel. Meisjes vissen naar complimentjes door met een stoffer en blik in de weer te gaan, jongens door te laten zien hoe goed ze kunnen klimmen. Maar wat is hierbij de rol van de ouders (en personeel in de kinderopvang)? Stimuleren we dit seksetypische gedrag? Tenslotte geven we jongens vaak maar al te graag een ridderhelm en meisjes een prinsessenjurk.

Het is vooral belangrijk dat je je kind ziet als een individu, ongeacht of je een zoon of een dochter hebt. Houd rekening met hun individuele wensen, hun authenticiteit, en baseer daarop hoe je met je kind omgaat en welke eigenschappen je stimuleert. Want we kunnen van alles zeggen over het verschil, maar dé standaard jongen of hét standaard meisje bestaat eenvoudigweg niet. Geef je kind daarom voldoende gelegenheid om eigen voorkeuren te ontwikkelen.

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

brutale kinderen

Brutale kinderen

Brutale kinderen

Wat een brutaal kind is dat…

Iedereen kent het wel: je staat bij school en hoort een ouder zeggen: “Die Bart, dat is me toch een brutaal kind”. Wat bedoelt die ouder dan? Dat weet je eigenlijk niet echt, tenzij je het gedrag van Bart gezien hebt. Het begrip brutaliteit is namelijk op veel verschillende manieren uit te leggen. Iedereen heeft in feite een eigen interpretatie bij het woord brutaal.

Wat is brutaal?

Als we het woordenboek erop naslaan, dan wordt het woord brutaal uitgelegd als: erg onbeleefd, met te weinig respect voor anderen. Dat stemt overeen met hoe er in het algemeen over brutaal zijn wordt gedacht. Of iets brutaal wordt gevonden, heeft te maken met een aantal aspecten: met waarden en normen van ouders en nanny, met het milieu waarin een kind opgroeit, met de leeftijd van het kind (een peuter die “stoute mama” zegt, wordt immers anders benaderd dan een kind van twaalf die “rot moeder” zegt) en met omgangsvormen die in het gezin worden gehanteerd.
Over het algemeen heeft het woord brutaal een negatieve betekenis: kinderen die schelden tegen hun ouders of anderen, kinderen die een grote mond hebben, die schuttingtaal gebruiken, die zich gelijkwaardig opstellen tegenover ouders of andere volwassenen. Over het algemeen wordt dan gezegd dat deze kinderen brutaal zijn, zich brutaal gedragen. Het is een begrip met een duidelijke afkeuring erin.

Kinderen die voor zichzelf opkomen, worden vaak verward met brutale kinderen en dus wordt het mondig zijn negatief beoordeeld. Een kind die een teleurstelling moet verwerken omdat hij een wens/behoefte door de ouder/nanny niet in vervulling ziet gaan, gaat eerst de strijd aan met de ouder/nanny. Als deze toch bij zijn standpunt blijft, wordt het kind verdrietig of boos, gaat huilen, slaat met de deur of wordt chagrijnig en in zichzelf gekeerd. Na verloop van tijd legt het kind zich erbij neer en hervindt zijn evenwicht. Sommige ouders of volwassenen leggen dit proces uit als onbeleefd en brutaal, terwijl het kind dit proces nodig heeft om weer in balans te komen met zichzelf en de ouder/nanny.

Brutaal zijn is dus een rekbaar begrip! In het gezin ligt de belangrijke taak voor ouders om hun kinderen respect bij te brengen. Als je kind brutaal is met de intentie om met zijn opmerkingen te kwetsen, dan moet je duidelijk maken dat het niet op een dergelijke manier tegen jou mag praten, anders gaat het kind dat ook naar anderen doen.

Waarom is een kind brutaal?

 Op een bepaald moment rebelleren de meeste kinderen tegen hun ouders. Dit doen ze simpelweg om de grenzen op te zoeken. Zelfs als je consequent respectvol bent, zul je waarschijnlijk toch wel eens een grote mond krijgen; dat is heel normaal. Je reactie op die grote mond kan echter grote invloed hebben op hoe het kind emoties verwerkt in de rest van zijn leven, en het kan zelfs de toekomstige relatie met je kind bepalen. Hierbij enkele redenen waarom kinderen brutaal zijn en wat tips om hier mee om te gaan.

Kinderen zien hun woorden of reacties vaak niet als oneerbiedig. In plaats daarvan voelen zij zich machteloos en denken ze dat je oneerlijk bent.

Denk daarom vanuit het perspectief van het kind. Kinderen krijgen zelden de vrijheid om zelf keuzes te maken, en het is begrijpelijk dat kinderen daar soms moeite mee hebben. Een deel van het brutaal zijn, is eigenlijk alleen een manier om zichzelf uit te drukken. De uitdaging voor de ouder/nanny is om het kind te begeleiden om zijn emoties respectvol uit te drukken. Dus niet proberen het te onderdrukken maar uitleggen hoe ze het anders kunnen verwoorden.

Het is ook belangrijk om te onthouden dat de frontale cortex (hersenen voorin het hoofd) van je kind, die zijn emoties regelt, extreem onderontwikkeld is. Natuurlijk, het is makkelijk voor je kind om zich goed te gedragen als hij gelukkig is. Maar als hij boos wordt, kan hij zijn emoties niet beheersen. Het is dus heel moeilijk voor kinderen om dit zelf onder controle te houden.

 

Tips om beter met brutale kinderen om te gaan:

 

Blijf kalm

Het kan verleidelijk zijn om zelf ook meteen boos te worden: “Zo praat je niet tegen me, ga nu meteen naar je kamer!” Het probleem is dat door je eigen boosheid de machtsstrijd escaleert. Het idee om agressief gedrag te lijf te gaan met boosheid is verkeerd. Het geeft het kind namelijk het gevoel dat het normaal is om boos te reageren. Als je een rustig kind wilt, zul je zelf ook rustig moeten reageren.

Leef je in

Verander je houding door te begrijpen dat brutaliteit betekent dat je kind boos is en je hulp nodig heeft. Het is geen persoonlijke aanval. Probeer het volgende eens: “Ik weet dat je je speelgoed nu niet wilt opruimen. Je wilt lekker doorspelen, dat begrijp ik. Helaas kan dat nu niet, omdat we gaan eten.”

Hou vast aan bepaalde grenzen

Laat je kind weten dat het o.k. is om boos te zijn, maar dat het niet o.k. is om dat op jou af te reageren: “Je moet wel erg boos zijn als je zo tegen me praat. Dat is niet zoals we in dit huis met elkaar omgaan.”

Moedig alternatieve manieren van communicatie aan

Probeer je kind te helpen om zijn emoties op een productieve manier uit te drukken: “Kan je met me praten over wat je zo boos maakt?”. “Ik wil graag begrijpen waarom je zo boos wordt”.

Probeer je kind wat bij te brengen

Later, als jullie rustiger zijn, kun je bespreken wat er gebeurd is. Praat met je kind over hoe brutaliteit en een oneerbiedige houding (zoals rollen met de ogen of diep zuchten) de gevoelens van anderen kunnen beïnvloeden. Dat dat type gedrag ervoor zorgt dat de ander geen zin meer heeft om te luisteren, en dat het dus averechts werkt.

Kinderen reageren meestal impulsief als ze hun gevoelens uitdrukken. Door als ouder niet boos te worden, rustig te blijven en zelf het goede voorbeeld te geven, zal de situatie meestal niet escaleren. Het betekent dat je je kind toelaat om zijn emoties uit te drukken en de handvatten aanreikt om dit op een normale manier te doen. Op de lange termijn zal dit jouw kind veel opleveren, omdat hij al vroeg leert op een respectvolle manier te communiceren.

Laat het een troost zijn: elk kind is weleens brutaal. Het hoort erbij, opvoeden is niet altijd even makkelijk. Weet dat je hierin niet alleen bent!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Grenzen stellen

Er zijn grenzen…

In elk gezin is er wel eens ruzie of onenigheid. Dat is niet gek, want bij het opgroeien en opvoeden hoort het verkennen van grenzen. Grenzen van jezelf en die van de ander. Het stellen van grenzen hoort bij opvoeden en opgroeien. Jonge kinderen hebben een enorme drang om de wereld om hen heen te ontdekken. En dat is maar goed ook, want zonder die drang zou een kind zich niet goed ontwikkelen. De drang de wereld te ontdekken, stimuleert het kind te gaan zitten, kruipen, lopen, praten, sociale contacten aan te gaan etc. Maar deze behoefte vraagt van de ouders naast aanmoediging ook begeleiding en begrenzing. Grenzen stellen betekent regels afspreken. Het stellen van grenzen is noodzakelijk in de opvoeding. Zonder grenzen ontwikkelt het kind zich tot een onevenwichtige persoonlijkheid, die niet geleerd heeft rekening te houden met anderen. Zonder grenzen kan een kind zichzelf ook in gevaar brengen.

Al zal het kind het niet altijd zo ervaren, juist in het belang van het kind is het goed grenzen te stellen. Voor sommige kinderen (en volwassenen) is dat synoniem aan streng zijn. Echter, deze ‘strengheid’ heeft niets te maken met onvriendelijkheid, maar alles met het geven van duidelijkheid. En daar zijn zowel kinderen als opvoeders bij gebaat. Mag je dan helemaal niet verwennen? Natuurlijk wel! Maar ouders moeten er niet in doorschieten, want dan groeien hun kinderen niet op tot zelfstandige volwassenen die weten om te gaan met tegenslagen.

Zelfvertrouwen en regels

Elke ouder wenst dat zijn kind genoeg zelfvertrouwen heeft om de wijde wereld in te gaan. Zelfvertrouwen is iets wat groeit door het stellen van grenzen. Dit is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van het kind, maar het helpt ook bij het bijbrengen van de basisregels van de sociale omgang, bij het aanleren van normen en waarden en om het kind te leren ook rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Een kind heeft regels nodig. Regels bieden een kind houvast en duidelijkheid en hierdoor ook veiligheid. Het kind weet dan wat er van hem of haar verwacht wordt, en tegelijkertijd ook wat het van de ouders kan verwachten. Deze duidelijkheid en veiligheid helpen het kind weer om zelfvertrouwen op te bouwen.

De voordelen van grenzen stellen

Regels:

  • zijn niet belastend, maar ontlastend;
  • voorkomen steeds dezelfde discussie, het scheelt daardoor veel tijd;
  • bevorderen de sfeer;
  • bieden veiligheid;
  • geven houvast;
  • stimuleren het zelfvertrouwen;
  • brengen een kind respect bij;
  • leren je kind rekening te houden met anderen;
  • zijn er ook om incidenteel van af te wijken en dat wordt dan ervaren als een beloning.

 

Hoe stel je grenzen?

  1. Wees duidelijk tegen een kind. Leg uit waarom iets wel of niet mag, zodat het kind zich eerder bij de grens neerlegt en de volwassene zich beter realiseert waarom hij deze grens belangrijk vindt. Dit geeft de volwassene ook houvast om bij zijn standpunt te blijven en minder snel toe te geven.
  2. Wees consequent in het begrenzen van gedrag. Belangrijk is dus te handelen wanneer de grens is bereikt, of net iets daarvoor. Probeer in ieder geval te vermijden dat de grens te laat of helemaal niet wordt gesteld. Een kind leert er niets van als het de ene keer wel met zijn vieze schoenen naar binnen mag en de volgende dag niet. Het weet dan niet waar het aan toe is. En kinderen zullen altijd naar grenzen zoeken.
  3. Bied het kind veiligheid. Zo weten ze wat er wel of niet mag, hoe ver ze kunnen gaan. Als ouders consequent zijn, hoeven kinderen niet bang te zijn dat ze de volgende keer een uitbrander krijgen als ze datgene doen wat ze altijd al deden.
  4. Laat het kind zien wat het effect op de ander is van brutaal gedrag. Spiegel zijn gedrag: “wat zou jij ervan vinden als ik je uitscheld voor dom varken?”
  5. Bied alternatieven, maak duidelijk wat het een kind oplevert wanneer het meer gewenst gedrag laat zien. Straf niet alleen, vergroot gewenst gedrag ook uit en beloon het. Het kind zal dan gemotiveerder zijn andere manieren aan te leren en grenzen te accepteren.
  6. Maak aangenaam gedrag aantrekkelijk. En wijs op ongewenst gedrag: als je je zo gedraagt, vinden mensen je helemaal niet aardig.
    Consequent

 

Om grenzen goed te kunnen bewaken, is het heel belangrijk dat een ouder consequent is. Wanneer een regel de ene dag geldt en de volgende dag niet, zal het kind steeds weer de grens op zoeken om te kijken of de regel mogelijk nog een keer overtreden kan worden. Daarnaast is het ook belangrijk om als ouder het goede voorbeeld te geven. Een kind als regel geven dat één snoepje in de middag voldoende is, is voor een kind moeilijk te accepteren wanneer de ouders wel meerdere chocolaatjes en koekjes bij de koffie nemen. Als je erop let, zul je zien dat wij ouders ons vaak schuldig maken aan het niet geven van het goede voorbeeld!

Bij het stellen van regels is het belangrijk dat het kind de regel begrijpt. Het is dan ook belangrijk het kind niet alleen de regels te leren maar ook het waarom van de regel (omdat het onveilig is, omdat je iemand daarmee pijn doet, omdat ik dat vervelend vind etc.). En hoe simpel het ook klinkt, het is ook belangrijk na te gaan of het kind goed geluisterd heeft bij het stellen van de regel. Een regel die het kind maar half gehoord heeft, zal niet nageleefd worden. Het is dan ook een goed idee om de regels op papier te zetten, zodat het kind niet kan zeggen de regel niet gehoord te hebben of vergeten te zijn. Bij oudere kinderen kunnen de regels gewoon opgeschreven worden en op een duidelijke plek opgehangen worden. Bij jonge kinderen kan hetzelfde gedaan worden met behulp van pictogrammen. Kinderen zijn gevoelig voor de manier waarop gecommuniceerd wordt. Ouders moeten zich hiervan bewust zijn en daarbij goed kijken wat bij hun kind het beste werkt. Als dit goed loopt, zal je kind de regels gemakkelijker begrijpen.

Een schrale troost: grenzen stellen hoort er voor ons allemaal bij. Er zijn nu eenmaal grenzen….
Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

loslaten nanny

Loslaten!

Voor veel ouders is het “loslaten” van hun kind een dingetje. Je kind zijn eigen weg laten gaan, kan echt lastig zijn. De navelstreng losknippen is het eerste loslaten voor een moeder. Vader sluit pas dan het kind voor het eerst in zijn armen. Vervolgens beginnen de ouders samen aan de weg van het “loslaten”. Niemand weet van te voren hoe dit precies zal gaan en wat men op die weg tegen zal komen. Het zorgen dat je kroost zelfstandig wordt, is een bijzonder iets in de natuur van mens en dier,

Alle clichés kennen wij wel:

  • Het oudste kind doet het baanbrekend werk voor de jongere kinderen.
  • Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.
  • Dat doet mijn kind niet.
  • Met vallen en opstaan.

 

Is loslaten makkelijker gezegd dan gedaan?

Iedere ouder voelt een enorm verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn kind en wil het beste voor zijn kind. Daar hangt mee samen dat ouders het moeilijk vinden om het kind los te laten en steeds meer de eigen verantwoordelijkheid te geven. Hoe dichter je je kind bij je houdt, hoe meer je als ouder de controle hebt en houdt over hoe het met je kind gaat. De enorme liefde voor het kind zorgt ervoor dat ouders het moeilijk vinden het los te laten, terwijl het ouderschap eigenlijk een voortdurend langzaam loslaten is. Maar in de huidige maatschappij waar veel van kinderen verwacht wordt, de maatschappij verhard is en er steeds minder sociale controle is, kan het voor ouders extra moeilijk zijn toch los te laten.

Ouders moeten een evenwicht vinden tussen voldoende loslaten om het kind de kans te geven zich te ontwikkelen en te leren, maar anderzijds ook niet te snel los te laten, omdat kinderen nog sturing en begeleiding nodig hebben. Iedere leeftijdsfase vraagt om een beetje meer loslaten en het kan best lastig zijn voor ouders om zelf te bepalen waar je als ouder gaat loslaten en op welke punten je nog even de touwtjes in handen wilt houden.

Ouders moeten steeds weer de afweging maken wat wel en niet verantwoord is en moeten daarbij steeds de afweging maken tussen hun eigen angsten en zorgen en de behoeftes van het kind om zelfstandig te worden en zijn.

 

Groepsdruk

De huidige maatschappij maakt het zeker niet makkelijker om als ouder je kind los te laten. De vooroordelen, het oordelen van andere ouders, maar ook de keuze van andere ouders maakt het lastig om als ouder je eigen pad te kiezen in het loslaten van jouw kind.

Wij hebben het allemaal wel eens gehoord: “Ach joh die van ons mag het ook al, doe niet zo moeilijk!” Of: “Waar bemoeit de overheid zich mee, NIX18, ik bepaal zelf wel als ouder wanneer mijn kind alcohol mag drinken.”

Als ouder merk je duidelijk dat er op school, bij de sportclub, maar ook in de privésfeer een groepsdruk is. Belangrijk is het voor onze kinderen om als ouder hier dichtbij jezelf te blijven en daarbij je kind te leren dat je niet hoeft te bezwijken onder deze groepsdruk, hoe lastig dit soms ook is.

 

Waarom is loslaten zo belangrijk?

Wanneer kinderen onvoldoende losgelaten worden, krijgen ze onvoldoende de ruimte om zichzelf te ontwikkelen en vertrouwen in hun eigen kunnen op te bouwen. Wanneer kinderen veel dingen uit handen genomen wordt, leren kinderen niet zelf om te gaan met situaties en kan ook het idee bij ze ontstaan dat ze dingen niet kunnen, want waarom zouden hun ouders het hun anders niet toe staan om het zelf te proberen. Het kind dient via het loslaten te leren om zichzelf te gaan redden. Dit wordt ook wel de zelfstandige redzaamheid genoemd. Door het beetje voor beetje los te laten, geven ouders hun kind zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel.

 

Het is niet te laat!

Het is nooit te laat om te leren hoe jij als ouder je kinderen los kunt laten. Ook al zijn ze dertig-plus. Er zijn veel boeken over geschreven. Uit het boek “Loslaten kun je leren” van Jolet Plomp, kun je als ouder veel tips halen. Deze vijf tips kunnen je alvast op weg helpen:

 Verwerp de gedachte dat je als ouder alle rampspoed voor je kind kunt voorkomen.

  1. Laat het idee los dat iedereen van je kind moet houden.
  2. Hoe ouder hij wordt, hoe minder zeker je ervan moet zijn dat je begrijpt wat hij voelt en denk
  3. Realiseer je dat je op een bepaald moment niet meer alles beter weet.
  4. Laat je toekomstdromen voor je kind varen. Zo krijg je meer inzicht in zijn kwaliteiten en mogelijkheden.

 

Loslaten kun je leren van Jolet Plomp, is voor 10 euro verkrijgbaar bij o.a. www.bol.com.

Ik wens iedereen veel wijsheid, liefde, kracht en succes toe met het loslaten van u kroost. Weet dat u niet alleen bent in het “moeten” loslaten. Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

Wendy Bakx-Sanner

Hoe leuk zijn de feestdagen nu echt?

Ergens heb ik nog steeds het gevoel dat de zomer pas net voorbij is en dat we nog lekker aan het nazomeren zijn, maar de realiteit is dat het alweer december is. Als ik ’s avonds met mijn hond wandel is het pikkedonker en zie ik de eerste lampjes buiten alweer in de bomen hangen. Voor sommige mensen betekent dit dat we langzaam gaan aftellen naar the most wonderful time of the year, maar genoeg mensen hebben helemaal niets met het najaar, de winter en al helemaal niet met de feestdagen. Voor onze kinderen is het een spannende tijd, die in vele gezinnen voor stress zorgt!

Hoewel ik ergens ook wel een soort gezelligheid en warmte kan voelen als ik lekker binnen zit terwijl het buiten donker is en waait, merk ik zelf ook goed dat ik moeite heb met de periode die we tegemoet gaan. De discussie over zwarte piet, de schoolactiviteit die steeds meer een ouderproject lijkt te worden; sommige ouders knutselen vijf avonden met hun kind aan een prachtige surprise en een andere ouder helpt niet mee, wat dan vaak ook wel te zien is aan het resultaat. Het is eigenlijk gewoon een drukke, stressvolle tijd. Je kunt je afvragen of het voor de kinderen zelf allemaal wel zo geweldig is…

De feestdagen die in het verschiet liggen, zijn lang niet voor iedereen een groot feest en iets om naar uit te kijken. De beelden die we in kerstfilms en op tv voorgeschoteld krijgen, weerspiegelen immers niet echt de realiteit. Niet iedereen zit nu en in de komende periode gezellig met de hele familie bij de open haard.

Elke ouder herkent dit: slecht slapen, weinig eetlust, buikpijn, hoofdpijn, plotselinge koortsaanvallen, overspannen of superdruk gedrag; het zijn allemaal herkenbare symptomen die zich bij de kinderen manifesteren rond Sinterklaas en Kerst. En die treffen niet eens alleen overgevoelige kinderen; ook een nuchter zieltje kan behoorlijk op tilt slaan. Hoe blijft de feestmaand feestelijk? ‘We zien in december een piek als het gaat om in- en doorslaapproblemen,’ zegt Clarisse van Gorkom, orthopedagoge in het Mesos Medisch Centrum in Utrecht. Het komt volgens haar in de feestmaand regelmatig voor dat leuke spanning finaal uit de hand loopt. Kinderen gaan minder goed eten, letten op school slechter op, of krijgen hoofdpijn. Wat daarbij volgens haar meespeelt, is dat het tussen de herfst- en de kerstvakantie een lange ruk is, waardoor veel kinderen toch al moe zijn. ‘Daardoor wordt het lontje wat korter en raken kinderen sneller geïrriteerd of worden zelfs agressief.’

 

De drukte neemt toe

Spanning rond het zetten van de schoen en de vraag welke cadeautjes de Sint zal geven, bestond vroeger ook. Maar de laatste jaren neemt de drukte toe. Veel scholen doen steeds meer aan de feestdagen: niet alleen komt Sint langs, er is vaak ook een heus kerstdiner. Sport- en hobbyclubjes organiseren uitvoeringen rond kerst en nodigen meestal ook Sinterklaas uit. Vergeet niet het werk van de papa’s en mama’s: ook vele bedrijven staan stil bij het Sinterklaas feest voor de kinderen van de werknemers. In de winkels liggen eind september al pepernoten en weken voor de Sint daadwerkelijk voet op Nederlandse bodem zet, vallen er kleurige folders in de brievenbus. Als hij eenmaal gearriveerd is, voert het dagelijkse Sinterklaasjournaal op de televisie de spanning nog eens op.

 

Magisch denken

Dat de Sinterklaastijd zo spannend is, komt volgens de psycholoog mede doordat kinderen tot een jaar of 7 magisch denken. ‘Ze maken geen onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. Alleen wat ze zien, bestaat voor hen echt.’

Een mooi bewijs hiervan leverde een beroemde tv-uitzending waarin de juf zich voor de ogen van de klas verkleedde als Sint. Op de vraag ‘Wie is dit?’ antwoordden de kinderen vervolgens collectief: ‘Sinterklaas!’  Want die zagen ze en de juf was ‘weg’. Toen de Sint zich weer omkleedde, was ze in de ogen van de kinderen gewoon de juf en geen ex-Sinterklaas. ‘En zelfs al zijn kinderen op de leeftijd dat ze beseffen: Sint bestaat niet, dan nog blijft de hele periode spannend.’

 

11x hoe blijft de spanning hanteerbaar?

  • Maak een kalender met de hoogtepunten zodat kinderen overzien hoe lang het nog duurt.
  • Onderschep de speelgoedfolders en kijk ze op een rustig moment samen door.
  • Spreek af hoe vaak de schoen gezet mag worden.
  • Maak de feesten voorspelbaarder. Vertel bijvoorbeeld al iets over de cadeautjes.
  • Lees verhalen voor over de betekenis van het feest.
  • Informeer wat er op school gaat gebeuren zodat het kind erop kan worden voorbereid.
  • Neem de tijd om de dag met het kind te bespreken.
  • Maak van de Sint geen boeman.
  • Op tijd inkopen doen voorkomt stress bij de ouders.
  • Probeer het aantal festiviteiten thuis en bij anderen beperkt te houden.
  • Hanteer de gouden regel: minder is meer.

 

Gezellig met familie of vrienden

Hoe je de feestdagen doorbrengt, bepaal je in de eerste plaats zelf. Bij wie wil je zijn in deze tijd? Wat wil je betekenen voor anderen en hoe wil je dat doen? Dit zijn goede vragen om jezelf te stellen voordat je doet wat anderen van je verwachten. Vergeet daarbij vooral ook niet te kijken naar de kinderen; “wat hebben wij er aan?” Je kunt namelijk meer invloed hebben dan je misschien denkt. Het enige wat het van je vraagt is een beetje eigen initiatief. Maar dan moet je eerst weten wat je wilt.

Vaak plannen mensen de periode rond de feestdagen vol, vol, voller, volst. Probeer dit te vermijden. Je kan gerust in februari nog een nieuwjaarsfeestje geven. Dat is geen probleem. Ik denk zelfs dat veel mensen dat leuker vinden dan allemaal zo opeen gepropt. Februari is dan zelfs nog dichtbij. Bekijk het gewoon ruimer! Geef jezelf en vooral de kinderen ademruimte. Laat genoeg tijd over dat ze gewoon thuis écht zichzelf kunnen zijn. Meer dan je best kan je niet doen. Loopt het niet helemaal goed, laat het los! Echt, van teveel stressen of tobben over wat je allemaal nog moet doen zul je zeker overlopen en zal er enkel nog meer stress komen. Laat het los! Een stukje zelfreflectie is hier dan wel op zijn plaats en je zult ervan leren zodat je volgende keer niet in dezelfde valkuil stapt.. Laat deze periode geen extra stress factor worden voor jou als ouder en voor je kind!

Geniet van de feesten, van je familie en van de kinderen, dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait!

Heb jij feedback of tips over dit onderwerp? Laat het in een reactie hieronder gerust weten!

 

Wendy Bakx-Sanner

Deze website gebruikt cookies (lees hier meer) om jou de beste gebruikerservaring te geven. Ga akkoord door op 'Accepteer cookies' te klikken.